Btw
Btw-ondernemerschap en holdings
Bijgewerkt op 12 september 2026
De kernregels, controlepunten en bronnen voor dit onderwerp.
Ondernemer voor de btw is ieder die zelfstandig een bedrijf of beroep uitoefent of een vermogensbestanddeel exploiteert om er duurzaam opbrengst uit te verkrijgen. Voor holdings is beslissend of zij zich direct of indirect mengen in het beheer van hun deelnemingen tegen vergoeding; het zuiver houden van aandelen is geen economische activiteit.
Kernregels
| Element | Waarde | Grondslag |
|---|---|---|
| Exploitatie van een vermogensbestanddeel | duurzame opbrengst vereist; incidentele exploitatie is onvoldoende | art. 7 lid 2 onderdeel b Wet OB 1968 |
| Verwevenheidsvormen voor de fiscale eenheid | cumulatief vereist: financieel, organisatorisch én economisch | art. 7 lid 4 Wet OB 1968 |
| Ingangsdatum fiscale eenheid bij beschikking | eerste dag van de maand volgend op de beschikking | art. 7 lid 4 Wet OB 1968 |
(wettekst geldend per 2026)
Controleer in je dossier
- Bij toezichthouders en commissieleden is de mate van zelfstandigheid bepalend; een wettelijke of statutaire taak sluit ondernemerschap niet automatisch uit, maar onvoldoende zelfstandigheid kan het uitsluiten (ECLI:NL:HR:2020:1143).
- Certificering van aandelen kan de financiële verwevenheid van een holdingstructuur ongemerkt doorbreken: zonder stemrecht bij de certificaathouder vervalt in beginsel de verwevenheid, tenzij dezelfde bestuurder ook de stichting-administratiekantoor bestuurt.
- Stemafspraken zonder daadwerkelijke overdracht van het juridisch eigendom aan een gezamenlijk samenwerkingsverband leiden niet tot financiële verwevenheid.
- Omdat de fiscale eenheid van rechtswege ontstaat, kan een groep al materieel een fiscale eenheid vormen vóórdat daarvoor een beschikking is afgegeven; de beschikking is wel nodig voordat hoofdelijke aansprakelijkheid intreedt.
- Bij grensoverschrijdende concernstructuren blijft de territoriale beperking tot in Nederland gevestigde ondernemers relevant, ook wanneer dit tot btw-heffing op intraconcerndiensten met het buitenland leidt.
- Bij een fiscale eenheid met een vrijstellingsgevoelige activiteit is nog niet uitgekristalliseerd of subjectgebonden vrijstellingsvoorwaarden op het niveau van de eenheid of van het individuele lid moeten worden beoordeeld (ECLI:NL:HR:2025:472).
Bronnen
- Art. 7 Wet OB 1968
- ECLI:NL:GHARL:2025:3429: ECLI:NL:GHARL:2025:3429, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 03-06-2025, 23/1349
- ECLI:NL:HR:2025:472: ECLI:NL:HR:2025:472, Hoge Raad, 28-03-2025, 22/00711
- Kamerstuk 29767 nr. 9: Belastingplan 2005; Tweede nota van wijziging over afschaffen grijs kenteken voor particulieren en verhogen motorrijtuigenbelasting voor grijze kentekens
- KG:207:2025:3: Invordering bij een feitelijk samenwerkingsverband voor de OB
Gerelateerde thema's
Verder zoeken in de kennisbank
Zoek op wetsartikel, uitspraak of onderwerp. AI-chat is een aparte betaalde functie en vereist een opgeslagen kaart.
Deze themapagina is algemene informatie, geen advies.