Inkomstenbelasting
Ondernemerschap in de inkomstenbelasting
Bijgewerkt op 12 september 2026
De kernregels, controlepunten en bronnen voor dit onderwerp.
Ondernemer is de belastingplichtige voor wiens rekening een onderneming wordt gedreven en die rechtstreeks wordt verbonden voor verbintenissen betreffende die onderneming; zelfstandige beroepsbeoefenaren vallen daar uitdrukkelijk onder. De afbakening ten opzichte van loondienst en resultaat uit overige werkzaamheden bepaalt de toegang tot de ondernemersfaciliteiten.
Kernregels
| Element | Waarde | Grondslag |
|---|---|---|
| Cumulatieve voorwaarden ondernemerschap | 3: er is een onderneming, deze wordt voor rekening van de belastingplichtige gedreven, en de belastingplichtige is rechtstreeks verbonden voor de verbintenissen daarvan | art. 3.4 Wet IB 2001 |
| Toets zelfstandig beroepsbeoefenaar | 3 elementen, in onderlinge samenhang: zelfstandigheid, bestendig streven naar continuïteit, ondernemersrisico | art. 3.5 Wet IB 2001 |
| Doorschuiffaciliteit bij overlijden: voortzettingseis | eigen exploitatie door de voortzettende erfgenamen; verhuur aan derden onvoldoende | art. 3.62 Wet IB 2001 |
| Geruisloze inbreng bij verhuurde onderneming | verhuur blokkeert de faciliteit niet, mits het ondernemerschap is blijven bestaan | art. 3.65 Wet IB 2001 |
(wettekst geldend per 2026)
Controleer in je dossier
- De toets van art. 3.4 Wet IB 2001 vereist drie cumulatieve elementen; ontbreekt er één, dan is er geen ondernemerschap, ook niet wanneer wel arbeid of kapitaal is ingebracht.
- De drie eisen van de art. 3.5-toets worden in onderlinge samenhang beoordeeld; het ontbreken van één element hoeft niet doorslaggevend te zijn, maar weegt mee in de totaalafweging.
- Een contractuele aanduiding als "consultingovereenkomst" of "managementfee" is niet doorslaggevend voor de kwalificatie; de rechtspraak beoordeelt dit feitelijk.
- Medegerechtigden en commanditaire vennoten zonder aansprakelijkheid vallen buiten het ondernemersbegrip, ook met kapitaalinbreng, en worden in beginsel in box 3 belast.
- Bij voortzetting na overlijden is verhuur van de onderneming aan derden onvoldoende voor de doorschuiffaciliteit van art. 3.62; vereist is eigen exploitatie door de voortzettende erfgenamen.
- Bij navorderingsdiscussies kan de kwalificatievraag samenlopen met de vraag naar een nieuw feit voor de navordering; beide worden afzonderlijk beoordeeld.
Bronnen
- Art. 3.4 Wet IB 2001
- Art. 3.5 Wet IB 2001
- ECLI:NL:GHAMS:2022:3203: ECLI:NL:GHAMS:2022:3203, Gerechtshof Amsterdam, 23-08-2022, 21/00084
- ECLI:NL:GHARL:2025:6762: ECLI:NL:GHARL:2025:6762, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 28-10-2025, 24/348
- KG:212:2023:4: Doorschuiffaciliteit ex artikel 3.62 Wet IB 2001 en verhuurde onderneming
- Besluit BWBR0046229: Vennootschapsbelasting en inkomstenbelasting, lijfrenten in de winstsfeer, verzamelbesluit
Gerelateerde thema's
Verder zoeken in de kennisbank
Zoek op wetsartikel, uitspraak of onderwerp. AI-chat is een aparte betaalde functie en vereist een opgeslagen kaart.
Deze themapagina is algemene informatie, geen advies.