Inkomstenbelasting
Afschrijving op gebouwen
Bijgewerkt op 12 september 2026
De kernregels, controlepunten en bronnen voor dit onderwerp.
Afschrijving op een gebouw is slechts mogelijk zolang de boekwaarde hoger is dan de bodemwaarde, die is gekoppeld aan de WOZ-waarde. De beperking geldt inmiddels voor zowel gebouwen in eigen gebruik als ter belegging; werktuigen die van het gebouw kunnen worden gescheiden blijven buiten de bodemwaarde.
Kernregels
| Element | Waarde | Grondslag |
|---|---|---|
| Bodemwaarde van een gebouw (eigen gebruik en belegging, IB en Vpb) | 100% van de WOZ-waarde (voor een gebouw in eigen gebruik sinds 1 januari 2019 bij Vpb-lichamen resp. 1 januari 2024 bij IB-ondernemers/resultaatgenieters; voor een gebouw ter belegging ongewijzigd sinds 1 januari 2007) | art. 3.30a lid 3 Wet IB 2001 |
| Eenheid van bedrijfsmiddel (gebouw, ondergrond en aanhorigheden) | één bedrijfsmiddel voor zowel afschrijving als afwaardering tot lagere bedrijfswaarde | art. 3.30a lid 2 Wet IB 2001 |
| Samentelling van investeringen door verbonden partijen in één gebouw | afschrijving berekend alsof sprake is van één investeerder, daarna naar rato verdeeld | art. 3.30a lid 7 Wet IB 2001 |
(wettekst geldend per 2026)
Controleer in je dossier
- Sinds 2024 geldt voor elk gebouw dezelfde bodemwaarde van 100% van de WOZ-waarde; voor een gebouw in eigen gebruik dat vóór 2019 (Vpb) of 2024 (IB) al in gebruik was en nog geen drie volledige boekjaren was afgeschreven, kan het overgangsrecht met de oude 50%-bodemwaarde nog doorlopen.
- Bij zonnepanelen is beslissend of de installatie is aangesloten op het net van het gebouw zelf; bij flexwoningen en andere verplaatsbare bouwwerken telt of zij naar spraakgebruik als gebouw gelden, niet of zij eenvoudig te demonteren zijn.
- Personeelswoningen worden voor de bodemwaarde als ter beschikking gesteld gebouw behandeld, niet als eigen gebruik, en zijn daarom al sinds 2007 tot 100% van de WOZ-waarde afschrijfbaar.
- Bij mede-eigendom, ondergrond in andermans eigendom of investeringen samen met een verbonden persoon of lichaam gelden afzonderlijke correctiemechanismen (leden 5 tot en met 7); dat laatste mechanisme werkt ook door bij huurdersinvesteringen in een pand van een niet-belastingplichtig verbonden lichaam.
- Een investeringssubsidie of heffingsvermindering die op de boekwaarde wordt afgeboekt, bepaalt eerst de basis waarover de afschrijvingsbeperking van art. 3.30a wordt berekend.
- De bewijslast dat nog afschrijvingsruimte boven de bodemwaarde bestaat, rust op de belastingplichtige.
Bronnen
- Art. 3.30a Wet IB 2001
- ECLI:NL:GHARL:2020:9545: ECLI:NL:GHARL:2020:9545, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 17-11-2020, 19/01066
- ECLI:NL:HR:2020:65: ECLI:NL:HR:2020:65, Hoge Raad, 17-01-2020, 19/02762
- KG:213:2025:8: Afschrijfbeperking huurdersinvesteringen
- KG:213:2024:7: Afschrijvingsbeperking bij zonnepanelen
Gerelateerde thema's
Verder zoeken in de kennisbank
Zoek op wetsartikel, uitspraak of onderwerp. AI-chat is een aparte betaalde functie en vereist een opgeslagen kaart.
Deze themapagina is algemene informatie, geen advies.