Inkomstenbelasting
Herinvesteringsreserve
Bijgewerkt op 12 september 2026
De kernregels, controlepunten en bronnen voor dit onderwerp.
Bij vervreemding van een bedrijfsmiddel kan de boekwinst worden gereserveerd zolang een voornemen tot herinvestering bestaat, waarna de reserve wordt afgeboekt op de aanschaffingskosten van het vervangende bedrijfsmiddel. De reserve moet in beginsel binnen drie jaar na het jaar van vervreemding zijn benut; de regeling werkt via de winstbepaling door naar de vennootschapsbelasting.
Kernregels
| Element | Waarde | Grondslag |
|---|---|---|
| Herinvesteringstermijn | jaar van vervreemding plus de drie volgende jaren | art. 3.54 lid 5 Wet IB 2001 |
| Vermoeden van overheidsingrijpen na een beperkend besluit | vervreemding binnen drie jaar na het besluit | art. 3.54 lid 13 Wet IB 2001 |
| Vrijstellingsdrempel bij aandeelhouderswisseling | ten minste een derde deel van het belang bij aanvang van het vormingsjaar | art. 12a lid 2 onderdeel b Wet Vpb 1969 |
| Beleggingstoets bij aandeelhouderswisseling | bezittingen voor minder dan de helft belegging in de laatste drie maanden vóór de wijziging | art. 12a lid 1, tweede volzin, Wet Vpb 1969 |
| Verbandvermoeden bij verwerving vóór belangwijziging | verwerving binnen zes maanden vóór de wijziging | art. 12a lid 1 onderdeel c, derde volzin, Wet Vpb 1969 |
| Herinvesteringstermijn bij staking (te conserveren inkomen) | twaalf maanden na staking, op verzoek verlengbaar | art. 3.64 leden 1 en 3 Wet IB 2001 |
(wettekst geldend per 2026)
Controleer in je dossier
- Bij transacties met gelieerde partijen tegen niet-zakelijke voorwaarden telt ook een impliciet fiscaal voordeel als opbrengst (ECLI:NL:HR:2016:2080), wat de omvang van de te vormen reserve beïnvloedt.
- Bij de terbeschikkingstelling van bedrijfsmiddelen aan gelieerde partijen geldt de terbeschikkingstelling van verschillende panden aan verschillende gelieerde vennootschappen als werkzaamheden van dezelfde aard, wat ook voor de reserve binnen die tbs-werkzaamheid relevant is.
- Bij verkoop van een tak van een gemengd bedrijf met herinvestering in de andere tak ontstaat geen nieuwe bezitstermijn en wordt het voortzettingsvereiste van de bedrijfsopvolgingsregeling niet geschonden.
- Het uiteindelijke belang van art. 12a lid 2 onderdeel b Wet Vpb 1969 wordt per laag van een concernstructuur getoetst, niet cumulatief.
- Emigratie doorbreekt een openstaande reserve niet vanzelf; de samenhang met eindafrekening en exitheffing verdient dan aandacht.
Bronnen
- Art. 12a Wet VPB 1969
- Art. 3.54 Wet IB 2001
- Art. 3.64 Wet IB 2001
- ECLI:NL:HR:2018:513: ECLI:NL:HR:2018:513, Hoge Raad, 06-04-2018, 16/01934
- ECLI:NL:GHAMS:2023:2323: ECLI:NL:GHAMS:2023:2323, Gerechtshof Amsterdam, 12-09-2023, 22/444
- KG:011:2023:12: Artikel 12a, tweede lid, onderdeel b, Wet Vpb 1969 - uiteindelijke belang van een natuurlijke persoon of rechtspersoon
- Kamerstuk 36418 nr. 35: Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2024); Nota n.a.v. het (nader/tweede nader/enz.) verslag; Nota naar aanleiding van het verslag
Gerelateerde thema's
Verder zoeken in de kennisbank
Zoek op wetsartikel, uitspraak of onderwerp. AI-chat is een aparte betaalde functie en vereist een opgeslagen kaart.
Deze themapagina is algemene informatie, geen advies.