Formeel belastingrecht

Belastingrente en invorderingsrente

Bijgewerkt op 12 september 2026

De kernregels, controlepunten en bronnen voor dit onderwerp.

Belastingrente wordt berekend wanneer een aanslag door toedoen van de belastingplichtige te lang uitblijft of afwijkt van de aangifte; invorderingsrente loopt bij te late betaling van een openstaande aanslag. De percentages verschillen per belastingmiddel en de regeling ligt onder vuur wegens het ontbreken van rentevergoeding in spiegelbeeldsituaties.

Kernregels

ElementWaardeGrondslag
Hoofdtermijn belastingrente aanslag/navordering IB/Vpb6 maanden na einde belastingtijdvakart. 30fc lid 1 AWR
Bekorting bij aanslag conform aangifteeindigt uiterlijk 19 weken na ontvangst aangifteart. 30fc lid 3 AWR
Geen belastingrente bij tijdige aangifte conform aanslagaangifte vóór 1e dag 5e maand (IB) / 6e maand (Vpb) na tijdvakart. 30fc lid 4 AWR
Bekorting navorderingsaanslag op verzoekeindigt uiterlijk 12 weken na ontvangst verzoekart. 30fc lid 5 AWR
Bekorting naheffingsaanslag op verzoek (niet: omzetbelasting)eindigt uiterlijk 10 weken na ontvangst verzoekart. 30h lid 3 AWR
Aanvang invorderingsrentedag van invorderbaarheid van de aanslagart. 28 lid 2 IW 1990 jo. art. 9 IW 1990

(wettekst geldend per 2026)

Controleer in je dossier

  • Welk regime van toepassing is (art. 30fc AWR voor IB/Vpb-aanslagen en navorderingsaanslagen, art. 30h AWR voor naheffingsaanslagen) bepaalt de bekortingstermijn (19, 12 of 10 weken); bij art. 30h AWR verschilt die bovendien per belastingmiddel, want de omzetbelasting mist de bekortingsgrond van lid 3.
  • Bij vermindering of vernietiging van een naheffingsaanslag na bezwaar of beroep of ambtshalve vermindering wordt de eerder berekende belastingrente naar evenredigheid teruggedraaid (art. 30h lid 6 AWR); hetzelfde effect trad op bij vermindering van de onderliggende aanslag zelf in ECLI:NL:GHAMS:2020:3637.
  • Bij invorderingsrente telt de bewijspositie rond ontvangst van de aanslag: ontzenuwt de belastingschuldige het ontvangstvermoeden en toont de ontvanger het tegendeel niet aan, dan vervalt de grondslag voor invorderingsrente (ECLI:NL:HR:2019:1439).
  • Bij verleend uitstel van betaling telt onder welke grond van art. 25 IW 1990 het is verleend: de renteplicht herleeft op grond van art. 28 lid 4 IW 1990 niet voor uitstel op de grond van art. 25 lid 3 IW 1990.
  • De percentages worden jaarlijks vastgesteld en dalen gestaag: per 1 januari 2026 bedraagt de belastingrente 7,5% voor de vennootschapsbelasting en 5% voor de inkomstenbelasting en overige belastingen, en de invorderingsrente 4,3%.
  • Verrekeningen op grond van art. 15 AWR, art. 3.152 lid 6 of art. 4.51 lid 6 Wet IB 2001, of art. 21 lid 3 Wet Vpb 1969 werken door in de rentegrondslag van art. 30fc AWR: het te betalen bedrag waarover belastingrente loopt, is het bedrag ná die verrekeningen.

Procedure

Belastingrente wordt niet apart aangevraagd: zij ontstaat van rechtswege bij het vaststellen van de aanslag, navorderingsaanslag of naheffingsaanslag na de wettelijke termijn en wordt bij beschikking tegelijk met die aanslag bekendgemaakt. Bekorting van het tijdvak volgt uit het moment van indienen van de aangifte of het suppletieverzoek of correctiebericht. Invorderingsrente ontstaat evenmin op verzoek: zij loopt automatisch vanaf de dag van invorderbaarheid tot de dag vóór betaling, tenzij voor die periode uitstel van betaling is verleend op een van de gronden van art. 25 IW 1990.

Bronnen

Gerelateerde thema's

Verder zoeken in de kennisbank

Zoek op wetsartikel, uitspraak of onderwerp. AI-chat is een aparte betaalde functie en vereist een opgeslagen kaart.

Deze themapagina is algemene informatie, geen advies.