Formeel belastingrecht
Navordering
Bijgewerkt op 12 september 2026
De kernregels, controlepunten en bronnen voor dit onderwerp.
De inspecteur kan te weinig geheven belasting navorderen wanneer hij beschikt over een nieuw feit, bij kwade trouw van de belastingplichtige, of bij een redelijkerwijs kenbare fout. De navorderingstermijn bedraagt vijf jaar en twaalf jaar voor buitenlandse bestanddelen; het nieuwe feit ontbreekt bij een ambtelijk verzuim.
Kernregels
| Element | Waarde | Grondslag |
|---|---|---|
| Reguliere navorderingstermijn (nieuw feit / kwade trouw) | 5 jaar na ontstaan belastingschuld, te verlengen met verleend aangifte-uitstel | art. 16 lid 3 AWR |
| Verlengde termijn buitenlands bestanddeel | 12 jaar na ontstaan belastingschuld | art. 16 lid 4 AWR |
| Termijn bij navordering uitsluitend op de kenbare-foutregel | 2 jaar na besluit geen aanslag op te leggen, dan wel na de (te lage) aanslag | art. 16 lid 3, slotzin AWR |
| Kenbaarheidsdrempel fout | in elk geval bij ≥ 30% te weinig geheven belasting | art. 16 lid 2 onderdeel c AWR |
| Verlenging bij laat verzoek of late gegevensverstrekking | + 6 maanden | art. 16 lid 5 AWR |
| Verlenging bij heffingskorting-herziening partner | tot 8 weken na onherroepelijk worden van de aanslag van de partner | art. 16 lid 7 AWR |
(wettekst geldend per 2026)
Controleer in je dossier
- Bepalend is steeds welke grondslag de inspecteur inroept: bewijslast en termijn verschillen per grondslag, en het ontbreken van kwade trouw of een kenbare fout sluit navordering op een nieuw feit niet uit.
- Bij een beroep op de verlengde termijn van lid 4 mag de inspecteur bij de omvang van de aanslag geen bestanddeel meenemen dat niet daadwerkelijk in het buitenland is gehouden of opgekomen.
- De 30%-drempel van lid 2 onderdeel c is een vangnet, geen plafond: ook bij een lager bedrag kan een fout kenbaar zijn.
- Gedrag van de belastingplichtige na de aanslag(termijn) kan geen kwade trouw meer opleveren, ook niet als het evident is.
- Navordering wijzigt niet automatisch de onderlinge verdeling van gemeenschappelijke inkomensbestanddelen tussen fiscale partners wanneer beide aanslagen al onherroepelijk vaststaan.
Kwade trouw als zelfstandige uitzondering
Kwade trouw is een zelfstandige uitzondering op het nieuwe-feit-vereiste van lid 1 en vergt meer dan onzorgvuldigheid: alleen wanneer de belastingplichtige de inspecteur opzettelijk onjuiste inlichtingen heeft verstrekt, of opzettelijk de juiste inlichtingen heeft onthouden, is aan de eis voldaan. Onthouden van inlichtingen veronderstelt een wettelijke verplichting om ze te verstrekken, bijvoorbeeld via de uitnodiging tot het doen van aangifte of een vordering op grond van art. 47 AWR. Het verwijtbare gedrag moet bovendien de oorzaak zijn van de te lage heffing en zich hebben voorgedaan vóór het vaststellen van de aanslag, of, bij het uitblijven van een aanslag, vóór het verstrijken van de aanslagtermijn; gedrag daarna kan geen kwade trouw in de zin van art. 16 AWR opleveren. De Hoge Raad casseerde in ECLI:NL:HR:2023:873 dan ook het oordeel dat kwade trouw kon worden aangenomen omdat de belastingplichtige na de aanslagtermijn uitgereikte aangiftebiljetten niet had geretourneerd: dat gedrag lag na het relevante tijdstip en kon dus niet de oorzaak zijn van het uitblijven van een tijdige aanslag.
Bronnen
- Art. 16 AWR
- ECLI:NL:HR:2018:359: ECLI:NL:HR:2018:359, Hoge Raad, 16-03-2018, 16/06097
- ECLI:NL:HR:2010:BJ9092: ECLI:NL:HR:2010:BJ9092, Hoge Raad, 26-02-2010, 43050bis
- KG:206:2022:5: De begrippen fout en kenbaarheid van artikel 16, tweede lid, onderdeel c, AWR
- KG:206:2022:6: Conserverende navorderingsaanslag op grond van artikel 16, tweede lid, onderdeel c, AWR niet mogelijk, omdat niet is voldaan aan het kenbaarheidsvereiste
Gerelateerde thema's
Verder zoeken in de kennisbank
Zoek op wetsartikel, uitspraak of onderwerp. AI-chat is een aparte betaalde functie en vereist een opgeslagen kaart.
Deze themapagina is algemene informatie, geen advies.