Inkomstenbelasting
Excessief lenen bij de eigen vennootschap
Bijgewerkt op 12 september 2026
De kernregels, controlepunten en bronnen voor dit onderwerp.
Aanmerkelijkbelanghouders die bovenmatig lenen van hun eigen vennootschap worden voor het meerdere boven het maximumbedrag belast in box 2 als fictief regulier voordeel. Eigenwoningschulden zijn onder voorwaarden uitgezonderd.
Kernregels
| Element | Waarde | Grondslag |
|---|---|---|
| Drempelbedrag (maximumbedrag) per belastingplichtige + partner samen | € 500.000 | art. 4.14a lid 2 en 3 Wet IB 2001 |
| Eigen drempel voor schulden van verbonden personen | € 500.000, per verbonden persoon + diens partner | art. 4.14b lid 1 en 2 Wet IB 2001 |
| Minimumdrempel bij immigratie | bestaande schuld bij de eigen vennootschap, met een minimum van € 500.000 | art. 4.14c lid 1 Wet IB 2001 |
| Peildatum voor de omvang van de schuld | 31 december van het kalenderjaar, tegen nominale waarde | art. 4.14a lid 4 Wet IB 2001 |
| Box 2-tarief, eerste schijf tot € 68.843 | 24,5% | art. 2.12 Wet IB 2001 |
| Box 2-tarief, boven € 68.843 | 31% | art. 2.12 Wet IB 2001 |
| Overgangsdatum bestaande eigenwoningschulden zonder hypotheekvereiste | schuld bestaand op 31 december 2022 | art. 10a.23 Wet IB 2001 |
(wettekst geldend per 2026)
Controleer in je dossier
- Het schuldenbegrip is ruim en niet beperkt tot formele geldleningen: verrekenposities, "gestalde" liquide middelen en andere feitelijke verplichtingen tussen aandeelhouder en vennootschap kunnen als schuld kwalificeren.
- Bij herfinanciering via een bank van een schuld bij de eigen vennootschap is relevant of de nieuwe schuld zekergesteld is op vaste eigendommen van de vennootschap; dat raakt de vraag of nog steeds sprake is van een schuld bij die vennootschap.
- Het hypotheekvereiste van art. 4.14a lid 6 Wet IB 2001 geldt niet met terugwerkende kracht voor eigenwoningschulden die al op 31 december 2022 bestonden; voor nieuwe eigenwoningschulden aan de eigen vennootschap ontbreekt die overgangsbescherming.
- De negatieve-voordeelmechaniek van art. 4.14a lid 1 onderdeel b Wet IB 2001 werkt alleen terug tot het bedrag dat eerder daadwerkelijk als positief fictief regulier voordeel is belast.
- De uitzondering voor samenwerkingsverbanden (art. 4.13 lid 4 Wet IB 2001) geldt alleen voor schulden die deel uitmaken van het vermogen van een samenwerkingsverband waaruit winst uit onderneming wordt genoten; bepalend is die voorwaarde, niet louter de aanwezigheid van een vof, cv of maatschap.
Uitzonderingen: samenwerkingsverband en eigen woning
Twee categorieën schulden blijven principieel buiten het schuldenbegrip. Ten eerste schulden uit een civielrechtelijke verbondenheid voor een schuld die deel uitmaakt van het vermogen van een samenwerkingsverband, zoals een vennootschap onder firma, commanditaire vennootschap, maatschap of vergelijkbare buitenlandse rechtsvorm, waaruit de belastingplichtige of een verbonden persoon winst uit onderneming geniet (art. 4.13 lid 4 en 5 Wet IB 2001); bepalend is die voorwaarde, niet louter de aanwezigheid van zo'n samenwerkingsverband. Wordt dezelfde samenwerkingsverband-schuld bij meerdere deelnemers meegeteld en overschrijdt de opgetelde toerekening de nominale waarde van de schuld, dan wordt het meerdere bij de ene deelnemer in mindering gebracht op wat bij de andere in aanmerking wordt genomen (art. 4.14a lid 7 Wet IB 2001). Ten tweede een eigenwoningschuld in de zin van art. 3.119a Wet IB 2001, voor zover daarvoor een recht van hypotheek op de eigen woning aan de vennootschap is verstrekt (art. 4.14a lid 6 Wet IB 2001); voor een op 31 december 2022 al bestaande eigenwoningschuld geldt de hypotheekeis niet, die schuld blijft ook zonder gevestigd hypotheekrecht buiten aanmerking (art. 10a.23 Wet IB 2001). Bij een woningschuld van een in het buitenland wonende verbonden persoon is voor de kwalificatie als eigenwoningschuld bepalend of de woning onder Nederlandse belastingheffing in box 1 zou vallen en aan de voorwaarden van art. 3.119a Wet IB 2001 wordt voldaan.
Bronnen
- Art. 4.13 Wet IB 2001
- ECLI:NL:GHARL:2026:2717: ECLI:NL:GHARL:2026:2717, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 28-04-2026, 20/85
- ECLI:NL:GHARL:2026:2718: ECLI:NL:GHARL:2026:2718, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 28-04-2026, 19/782 en 19/784
- KG:003:2025:9: Excessieflenenregeling bij regresschuld door verrekening van rekening-courantposities bij bank
- Kamerstuk 35496 nr. 3: Wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001 en de Invorderingswet 1990 ter bestrijding van belastinguitstel en –afstel als gevolg van excessief lenen bij een eigen vennootschap (Wet excessief lenen bij eigen vennootschap); Memorie van toelichting; Memorie van toelichting
Gerelateerde thema's
Verder zoeken in de kennisbank
Zoek op wetsartikel, uitspraak of onderwerp. AI-chat is een aparte betaalde functie en vereist een opgeslagen kaart.
Deze themapagina is algemene informatie, geen advies.