Inkomstenbelasting
Aanmerkelijk belang (box 2)
Bijgewerkt op 12 september 2026
De kernregels, controlepunten en bronnen voor dit onderwerp.
Belang van ten minste 5% in een vennootschap; reguliere voordelen (dividend) en vervreemdingsvoordelen vallen in box 2 van de inkomstenbelasting met een tweeschijventarief. De sfeer kent eigen regels voor onder meer fictieve vervreemdingen en de verkrijgingsprijs.
Kernregels
| Element | Waarde | Grondslag |
|---|---|---|
| Kwalificatiedrempel aanmerkelijk belang | ten minste 5% van het kapitaal, de winst, de liquidatie-uitkering of de stemrechten | art. 4.6 Wet IB 2001 |
| Tarief box 2, eerste schijf (2024 t/m 2026 ongewijzigd) | 24,5% tot € 68.843 (grens 2026, jaarlijks geïndexeerd) | art. 2.12 Wet IB 2001 |
| Tarief box 2, tweede schijf (2025 en 2026; 33% in 2024) | 31% | art. 2.12 Wet IB 2001 |
| Verliesverrekeningstermijn aanmerkelijk belang | 1 jaar terug, 6 jaar vooruit | art. 4.49 lid 1 Wet IB 2001 |
| Omzetting onverrekend verlies in belastingkorting | tegen het tarief van de eerste schijf | art. 4.53 Wet IB 2001 |
(wettekst geldend per 2026)
Controleer in je dossier
- Bij belangen rond de 5%-grens spelen ook de meesleep- en meetrekregeling en het fictief aanmerkelijk belang van art. 4.11 Wet IB 2001 mee.
- Bij transacties tussen gelieerde partijen, zoals inkoop van aandelen tussen familieleden of optieconstructies, is de vraag of de tegenprestatie onder normale omstandigheden is bedongen (art. 4.22 Wet IB 2001) een terugkerend punt.
- Certificering via een Stichting Administratiekantoor vraagt om beoordeling van de zelfstandige positie van die stichting tegenover het afgezonderd particulier vermogen-regime.
- Emigratie, verwatering onder de 5% en het aflopen van een genotsrecht leiden elk tot een fictieve vervreemding, ook zonder dat er geld wisselt van eigenaar; zie ook de conserverende aanslag.
- Leningen tussen vennootschap en aandeelhouder raken zowel het aanmerkelijk belang als onzakelijke lening en het gebruikelijk loon van de DGA.
- Verliezen op een middellijk gehouden lucratief belang vallen buiten de gunstige verliesverrekening van art. 4.49 en 4.53 Wet IB 2001.
Bronnen
- Art. 4.12 Wet IB 2001
- Art. 4.6 Wet IB 2001
- ECLI:NL:HR:2026:518: ECLI:NL:HR:2026:518, Hoge Raad, 27-03-2026, 23/03385
- ECLI:NL:HR:2020:972: ECLI:NL:HR:2020:972, Hoge Raad, 29-05-2020, 18/02268
- KG:003:2022:16: Aanmerkelijk belang in omgekeerd hybride lichaam, artikel 4.6, onderdeel e, van de Wet inkomstenbelasting 2001
- KG:003:2026:4: Negatief loon en aanmerkelijk belang
Gerelateerde thema's
Verder zoeken in de kennisbank
Zoek op wetsartikel, uitspraak of onderwerp. AI-chat is een aparte betaalde functie en vereist een opgeslagen kaart.
Deze themapagina is algemene informatie, geen advies.