Btw

Invoer-btw en de artikel 23-vergunning

Bijgewerkt op 12 september 2026

De kernregels, controlepunten en bronnen voor dit onderwerp.

Bij invoer van goederen is btw verschuldigd; met een artikel 23-vergunning wordt de heffing verlegd naar de periodieke aangifte van de ondernemer, zodat betaling aan de grens achterwege blijft en directe aftrek mogelijk is. De vergunning vereist onder meer regelmatige invoer en een administratie die aan de voorwaarden voldoet.

Kernregels

ElementWaardeGrondslag
Aanwijzing bijlage A-goederenvan rechtswege, geen individueel verzoekart. 17 Uitvoeringsbeschikking OB 1968
Aanwijzing bevoorrading vervoermiddelenvan rechtswege, mits afzonderlijke aantekeningart. 17a Uitvoeringsbeschikking OB 1968
Aanwijzing overige goederenop verzoek, bij voor bezwaar vatbare beschikkingart. 18 Uitvoeringsbeschikking OB 1968
Vereiste invoerhistorie personenauto's, bestelauto's en motorrijwielenten minste 6 maanden regelmatige en tijdige invoerart. 18a Uitvoeringsbeschikking OB 1968
Verschuldigdheidsmoment invoer-omzetbelastingtijdstip van invoer, ongewijzigd door de verleggingart. 23 lid 2 Wet OB 1968

(wettekst geldend per 2026)

Controleer in je dossier

  • Wie feitelijk als schuldenaar van de invoer-omzetbelasting wordt aangemerkt, hoeft niet de partij te zijn die over een artikel 23-vergunning beschikt: uit ECLI:NL:GHAMS:2024:3245 blijkt dat ook een expediteur als schuldenaar kan worden aangewezen; dat optreden in naam en voor rekening van een ander kan echter meebrengen dat de expediteur zelf geen bezwaar- en beroepsrecht toekomt, zoals in ECLI:NL:GHAMS:2023:1501 aan de orde was.
  • Bij intrekking van een vergunning tot beperkt fiscaal vertegenwoordiger op grond van art. 33g Wet OB 1968 kan ook de daarmee samenhangende aanwijzing op grond van art. 23 Wet OB 1968 ter discussie staan, zoals in ECLI:NL:GHAMS:2024:420 aan de orde was.
  • De intrekkingsbevoegdheid bij overtreding of misbruik reikt verder dan overtreding door de belanghebbende zelf: ook misbruik door de vervoerder van de goederen kan tot intrekking en weigering van een nieuwe aanwijzing leiden.
  • De verlegging via Koninklijke PostNL B.V. kent een eigen formaliteit: zonder vermelding van het btw-identificatienummer op de postzending of in een schriftelijke inklaringsopdracht is art. 23 Wet OB 1968 op die zending niet van toepassing, ook als de belanghebbende overigens over een geldige aanwijzing beschikt.
  • Bij rentevorderingen op naheffingen van invoer-btw geheven bij een uitnodiging tot betaling is blijkens ECLI:NL:HR:2024:1177 niet relevant of de ondernemer voor wie de goederen zijn bestemd recht heeft op aftrek van die omzetbelasting.

Bronnen

Gerelateerde thema's

Verder zoeken in de kennisbank

Zoek op wetsartikel, uitspraak of onderwerp. AI-chat is een aparte betaalde functie en vereist een opgeslagen kaart.

Deze themapagina is algemene informatie, geen advies.