Btw
Verleggingsregelingen in de btw
Bijgewerkt op 12 september 2026
De kernregels, controlepunten en bronnen voor dit onderwerp.
Bij verlegging is niet de presterende ondernemer maar de afnemer de btw verschuldigd; verplichte toepassingen betreffen onder meer onderaanneming en personeel in de bouw, afval en buitenlandse ondernemers. De factuur vermeldt 'btw verlegd' en de afnemer geeft de verschuldigde btw aan met gelijktijdige aftrek volgens de normale regels.
Kernregels
| Element | Waarde | Grondslag |
|---|---|---|
| Grensoverschrijdende verleggingsgevallen | 3 (leden 2, 3 en 4) | art. 12 leden 2-4 Wet OB 1968 |
| Drempel elektronica-aanwijzing (mobiele telefoons, chips, spelcomputers, tablets, laptops) | € 10.000 per levering per soort goed | art. 24ba Uitvoeringsbesluit OB 1968 |
| Minimale zuiverheid goud/halffabrikaat (edelmetaal-aanwijzing) | ten minste 325/1000 | art. 24ba Uitvoeringsbesluit OB 1968 |
(wettekst geldend per 2026)
Controleer in je dossier
- Bij sectorale verlegging op grond van lid 5 is van belang of de identiteit van de afnemer voor de Belastingdienst vaststelbaar is; in ECLI:NL:HR:2023:691 bleef de naheffingsaanslag in stand omdat die identiteit onbekend bleef.
- Van belang is of de tegenpartij werkelijk ondernemer en afnemer van de concrete prestatie is, niet uitsluitend op basis van een financiële relatie zoals een lening (ECLI:NL:GHAMS:2023:3182).
- Bij grensoverschrijdende prestaties is van belang of de presterende ondernemer een vaste inrichting in Nederland heeft die daadwerkelijk bij de prestatie betrokken is; die betrokkenheid wordt per transactie beoordeeld, niet per ondernemer als geheel.
- Bij de bouwsector-aanwijzing bepalen de vestigingsplaats van het werk en de aard van de onderliggende overeenkomst mee of verlegging optreedt.
- Bij executie- en zekerheidssituaties is de bewijslastverdeling van belang: wie zich op verlegging beroept, moet verzuim en bevoegdheid tot parate executie stellen en bij betwisting bewijzen.
- Bij de afvalstoffenaanwijzing speelt de precieze afbakening van "afval" een rol die, blijkens de lopende afvalfonds-zaken bij de Hoge Raad, ook voor een ingeburgerde sector onderwerp van geschil kan blijven.
Uitzonderingen binnen de sectorale aanwijzingen
De aanwijzing in de bouwsector kent twee uitzonderingen: verlegging blijft achterwege als het werk geheel of grotendeels wordt verricht op de vestigingsplaats van de onderaannemer zelf, en als de uitvoering van het werk ondergeschikt is aan een tussen partijen gesloten koopovereenkomst van een bestaande zaak. Bij afvalstoffen geldt de aanwijzing niet wanneer de levering plaatsvindt door een wederverkoper die de margeregeling van art. 28b Wet OB 1968 toepast. Bij de elektronica-aanwijzing werkt de drempel van € 10.000 per levering per soort goed; een reeks kleinere leveringen van hetzelfde goed aan dezelfde ondernemer die gezamenlijk de drempel overschrijden, valt buiten de tekst van de bepaling volgens de letterlijke drempelformulering. Buiten deze uitzonderingen kan de reikwijdte van een aanwijzing zelf nog onderwerp van geschil zijn: bij de Hoge Raad ligt sinds eind 2025 de vraag voor of een vergoeding die een gemeente uit een afvalfonds ontvangt voor gescheiden inzameling en rapportage van verpakkingsafval is belast met omzetbelasting en of daarop de sectorale verlegging voor afvalstoffen van toepassing is (ECLI:NL:PHR:2025:1174, ECLI:NL:PHR:2025:1175 en ECLI:NL:PHR:2025:1176).
Bronnen
- Art. 12 Wet OB 1968
- ECLI:NL:HR:2023:691: ECLI:NL:HR:2023:691, Hoge Raad, 12-05-2023, 20/01740
- ECLI:NL:HR:2018:1032: ECLI:NL:HR:2018:1032, Hoge Raad, 29-06-2018, 17/01880
- KG:210:2025:11: Reikwijdte verleggingsregeling
- Besluit BWBR0044602: Omzetbelasting, omzetbelasting en compensatie van omzetbelasting bij publiekrechtelijke lichamen
Gerelateerde thema's
Verder zoeken in de kennisbank
Zoek op wetsartikel, uitspraak of onderwerp. AI-chat is een aparte betaalde functie en vereist een opgeslagen kaart.
Deze themapagina is algemene informatie, geen advies.