Bronbelasting
Bronbelasting op dividenden
Bijgewerkt op 12 september 2026
De kernregels, controlepunten en bronnen voor dit onderwerp.
De conditionele bronbelasting op dividenden treft sinds 2024 winstuitkeringen aan gelieerde lichamen in laagbelastende jurisdicties en in misbruiksituaties, als aanvullende tak van de Wet bronbelasting 2021 naast rente en royalty's. De heffing loopt via inhouding tegen het hoogste vennootschapsbelastingtarief en wordt verminderd met de dividendbelasting die al over dezelfde uitkering is ingehouden.
Controleer in je dossier
- Art. 1.2 lid 3 beperkt de kring inhoudingsplichtigen voor dividenden; stichtingen en verenigingen vallen erbuiten.
- De doorschuifregeling voor gestort kapitaal (art. 3.4b) staat of valt met zakelijke overwegingen voor de reorganisatie.
- Voor dividenden geldt geen fictief genietingsmoment op 31 december zoals bij rente en royalty's: alleen de daadwerkelijke terbeschikkingstelling telt.
- De samenloopvermindering van art. 5.2 werkt ook bij naheffing (art. 6.1 lid 2).
- Inhoudingsvrijstelling dividendbelasting en conditionele bronbelasting worden bij hybride structuren vaak in één ATR behandeld.
Bronnen
- Art. 3.1 Wet BB 2021
- Art. 3.4a Wet BB 2021
- Art. 3.4b Wet BB 2021
- Art. 3.4c Wet BB 2021
- Art. 3.5 Wet BB 2021
- Art. 4.1 Wet BB 2021
- Art. 4 Wet DB 1965
- Art. 5.1 Wet BB 2021
- Art. 5.2 Wet BB 2021
- Art. 6.1 Wet BB 2021
- ECLI:EU:C:2009:360: ECLI:EU:C:2009:360
- ECLI:EU:C:2007:655: Amurta
- KG:024:2025:7: Inhoudingsvrijstelling artikel 4, tweede lid, Wet DB 1965 en vergelijkbare functie artikel 28 Wet Vpb 1969
- ATR 20260512-000003: Advance tax ruling 20260512 ATR 000003
Gerelateerde thema's
Verder zoeken in de kennisbank
Zoek op wetsartikel, uitspraak of onderwerp. AI-chat is een aparte betaalde functie en vereist een opgeslagen kaart.
Deze themapagina is algemene informatie, geen advies.