Dividendbelasting

Dividendbelasting en inhoudingsvrijstelling

Bijgewerkt op 12 september 2026

De kernregels, controlepunten en bronnen voor dit onderwerp.

De vennootschap houdt dividendbelasting in op de opbrengst van aandelen en winstbewijzen. In deelnemingsverhoudingen en binnen concernstructuren richting de EU/EER en verdragslanden geldt onder voorwaarden een inhoudingsvrijstelling, met een antimisbruiktoets voor kunstmatige structuren.

Kernregels

ElementWaardeGrondslag
Tarief dividendbelasting15% van de opbrengstart. 5 Wet DB 1965
Deelnemingsdrempel (deelnemingsvrijstelling/-verrekening)ten minste 5% van het nominaal gestorte kapitaalart. 13 lid 2 Wet Vpb 1969
Kwalificerend lidmaatschapsrecht houdstercoöperatieten minste 5% van de jaarwinst dan wel van de liquidatie-uitkeringart. 1 lid 7 Wet DB 1965
Verklaringstermijn bij toepassing van de grensoverschrijdende route1 maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteldart. 4 lid 11 Wet DB 1965

(wettekst geldend per 2026)

Controleer in je dossier

  • Bij de grensoverschrijdende route van lid 2 gelden de vestigingstoets en de deelnemingstoets cumulatief; bij lid 1 volstaat één van de twee alternatieve gronden.
  • De kunstmatige-constructietoets van lid 3 onderdeel c vergt een concrete onderbouwing van geldige zakelijke redenen die de economische realiteit weerspiegelen.
  • Bij houdstercoöperaties draait het om het kwalificerend lidmaatschapsrecht en de 5%-drempel in jaarwinst of liquidatie-uitkering van art. 1 lid 7 Wet DB 1965.
  • De verklaringsplicht van art. 4 lid 11 is een zelfstandige formele voorwaarde, los van de vraag of materieel aan de vrijstelling is voldaan.
  • Bij gestapelde hybride tussenhoudsters moet elke schakel in de keten afzonderlijk aan de voorwaarde van art. 4 lid 9 voldoen.

Grensoverschrijdende route en de uitzonderingen (art. 4 lid 2 en lid 3)

Voor een grensoverschrijdende deelneming gelden twee cumulatieve voorwaarden (art. 4 lid 2 Wet DB 1965): de opbrengstgerechtigde moet volgens de fiscale wetgeving van een EU-lidstaat, een EER-staat, of van een land buiten de EU/EER waarmee Nederland een verdrag met een dividendregeling heeft gesloten, aldaar zijn gevestigd (onderdeel a), en op het moment waarop de opbrengst ter beschikking wordt gesteld een belang in de inhoudingsplichtige houden waarop de deelnemingsvrijstelling of -verrekening van toepassing zou zijn geweest bij een Nederlandse vestiging, dus doorgaans een belang van ten minste 5% (onderdeel b, met de drempel van art. 13 lid 2 Wet Vpb 1969). Lid 3 sluit deze route uit in drie situaties: geen vestiging in een staat met een verdrag dat voorziet in een passende dividendregeling buiten de EU/EER (onderdeel a), een vergelijkbare functie als beleggingsinstelling in de zin van art. 6a of art. 28 Wet Vpb 1969 (onderdeel b), of een belang gehouden met als hoofddoel of een van de hoofddoelen het ontgaan van belasting bij een ander via een kunstmatige constructie die niet is opgezet op grond van geldige zakelijke redenen die de economische realiteit weerspiegelen (onderdeel c).

De kunstmatige-constructietoets van onderdeel c stond in 2022 centraal in twee zaken van Gerechtshof Amsterdam. In de ene zaak oordeelde het hof, anders dan de rechtbank, dat sprake was van een kunstmatige constructie zodat geen aanspraak op de vrijstelling bestond, en dat de antimisbruikbepaling niet in strijd is met het Unierecht (ECLI:NL:GHAMS:2022:1732); de samenhangende zaak betrof een Belgische houdstervennootschap met een belang van 38,71% in een Nederlandse feeder-vennootschap (ECLI:NL:GHAMS:2022:1731). De Hoge Raad bevestigde deze lijn in cassatie: het hof had terecht misbruik van Unierecht aangenomen bij de toets van onderdeel c (ECLI:NL:HR:2025:1162). Voor onderdeel b oordeelde de Hoge Raad dat een Britse beleggingsinstelling zich niet in een situatie bevond die vergelijkbaar was met een Nederlandse fiscale beleggingsinstelling in de zin van art. 28 Wet Vpb 1969 (ECLI:NL:HR:2021:503).

Bronnen

Gerelateerde thema's

Verder zoeken in de kennisbank

Zoek op wetsartikel, uitspraak of onderwerp. AI-chat is een aparte betaalde functie en vereist een opgeslagen kaart.

Deze themapagina is algemene informatie, geen advies.