Dividendbelasting
Teruggaaf en verrekening van dividendbelasting
Bijgewerkt op 12 september 2026
De kernregels, controlepunten en bronnen voor dit onderwerp.
Ingehouden dividendbelasting is voor binnenlandse opbrengstgerechtigden een verrekenbare voorheffing; niet-belastingplichtige rechtspersonen en kwalificerende buitenlandse lichamen kunnen teruggaaf verzoeken. De teruggaaf- en verrekeningsregels zijn mede gevormd door Europese rechtspraak over de gelijke behandeling van buitenlandse aandeelhouders.
Kernregels
| Element | Waarde | Grondslag |
|---|---|---|
| Drempel omkering bewijslast uiteindelijke gerechtigdheid | € 1.000 of minder ingehouden dividendbelasting per kalenderjaar: dan draagt de inspecteur de bewijslast | art. 10 lid 1 Wet DB 1965 |
| Termijn teruggaafverzoek | 3 jaar na afloop van het kalenderjaar van de opbrengst | art. 21c lid 1 Uitvoeringsregeling AWR 1994 |
| Portfolio-toets bij derdelandslichamen | geen vast percentage; feiten en omstandigheden (belangen van 14,4% en 49,9% zijn zo getoetst) | art. 10 lid 3 Wet DB 1965 |
(wettekst geldend per 2026)
Controleer in je dossier
- Bepaal eerst in welke categorie van art. 10 de verzoeker valt; de voorwaarden verschillen wezenlijk tussen lid 1, lid 2 en lid 3.
- Bij een derdelandslichaam is een portfoliobelang geen percentagetoets: ook een indirect belang van 14,4% of een belang zonder stemrecht van 49,9% is beoordeeld op feiten en omstandigheden.
- Bij een stichting, trust of vergelijkbare structuur is de kwalificatie als uiteindelijk gerechtigde een zelfstandig afwijzingsrisico, los van de categorie-indeling.
- Een niet-ingezeten beleggingsfonds moet zich vergelijken met de Nederlandse fiscale beleggingsinstelling; vrijstelling van winstbelasting in de vestigingsstaat alleen is onvoldoende.
- De termijn van drie jaar loopt door tijdens een lopende discussie met de inspecteur over de uiteindelijke gerechtigdheid.
Bronnen
- Art. 10 Wet DB 1965
- ECLI:NL:HR:2020:1674: ECLI:NL:HR:2020:1674, Hoge Raad, 23-10-2020, 16/03954, 17/02428, 19/01141
- ECLI:NL:HR:2020:115: ECLI:NL:HR:2020:115, Hoge Raad, 24-01-2020, 19/03341
- KG:040:2025:2: Feiten en omstandigheden bepalen of een 14,4%-belang kwalificeert als 'portfolio-investering' in de zin van artikel 10, derde lid, Wet DB 1965
- KG:040:2024:6: Feiten en omstandigheden bepalen of een 49,9%-aandelenbelang zonder stemrecht kwalificeert als 'portfolio-investering' in de zin van artikel 4a, tweede lid en artikel 10, derde lid, Wet DB 1965
Gerelateerde thema's
Verder zoeken in de kennisbank
Zoek op wetsartikel, uitspraak of onderwerp. AI-chat is een aparte betaalde functie en vereist een opgeslagen kaart.
Deze themapagina is algemene informatie, geen advies.