Vennootschapsbelasting

Deelnemingsvrijstelling

Bijgewerkt op 12 september 2026

De kernregels, controlepunten en bronnen voor dit onderwerp.

Vrijstelling van voordelen uit een deelneming (in de regel een belang van ten minste 5%) in de vennootschapsbelasting, ter voorkoming van economisch dubbele belasting. Voor laagbelaste beleggingsdeelnemingen geldt de vrijstelling niet en kan verrekening aan de orde zijn.

Kernregels

ElementWaardeGrondslag
Deelnemingspercentage aandelen/fonds voor gemene rekeningten minste 5% van het kapitaalart. 13 lid 2 onderdeel a/b Wet Vpb 1969
Alternatieve stemrechtentoets (bepaalde EU-vennootschappen)ten minste 5% van de stemrechtenart. 13 lid 3 Wet Vpb 1969
Nasleeptermijn bij dalen onder de 5%-grens3 jaarart. 13 lid 16 Wet Vpb 1969
Deelnemingsverrekening (maximum)5% van de gebruteerde voordelenart. 23c lid 2 onderdeel a Wet Vpb 1969
Vermoeden van misbruik opwaarderingsreserve bij herverkrijgingbinnen 3 jaarart. 13ba Wet Vpb 1969

(wettekst geldend per 2026)

Controleer in je dossier

  • Bij belangen rond de 5%-grens spelen ook de meetrek- en meesleepregeling en de driejaarstermijn van art. 13 lid 16.
  • Bij transactiekosten telt de kostensoort; de vervreemdingsprijs kan afwijken van de nominale koopsom.
  • Financiering van een deelnemingsverwerving raakt ook de renteaftrekbeperking van art. 10a.
  • De beleggingsdeelnemingtoets en de CFC-toets staan niet los van elkaar: art. 13 lid 19 voorkomt dubbele heffing.
  • Een sfeerovergang bij een fiscale eenheid, juridische fusie of juridische splitsing vergt een compartimenteringsreserve.

Bronnen

Gerelateerde thema's

Verder zoeken in de kennisbank

Zoek op wetsartikel, uitspraak of onderwerp. AI-chat is een aparte betaalde functie en vereist een opgeslagen kaart.

Deze themapagina is algemene informatie, geen advies.