Bronbelasting

Bronbelasting op rente en royalty's

Bijgewerkt op 12 september 2026

De kernregels, controlepunten en bronnen voor dit onderwerp.

De conditionele bronbelasting treft rente-, royalty- en dividendbetalingen aan gelieerde lichamen in aangewezen laagbelastende jurisdicties en in misbruiksituaties, naar het hoogste vennootschapsbelastingtarief. De heffing werkt via inhouding door de inhoudingsplichtige en kent een eigen gelieerdheids- en misbruiktoets.

Controleer in je dossier

  • Art. 2.1 lid 1 is een "of"-toets: voldoening aan één onderdeel volstaat; bij structuuranalyse worden daarom alle vijf onderdelen doorlopen, niet alleen vestiging in een laagbelastende jurisdictie.
  • Onderdeel c vergt zowel een subjectieve (hoofddoel) als een objectieve (kunstmatigheid) toets; documentatie van de zakelijke opzet van een tussenstructuur bepaalt mede wie iets moet bewijzen.
  • Bij kwalificatiemismatches (onderdelen d en e) hangt de uitkomst af van de fiscale kwalificatie in de buitenlandse vestigingsstaat, niet van de Nederlandse kwalificatie.
  • "Kwalificerend belang" is een materieel invloedscriterium zonder vast percentage en omvat ook middellijke belangen.
  • Bij herstructurering van houdster- of financieringsketens met een laagbelastende of hybride component is vooraf zekerheid vragen aan het College Internationale Fiscale Zekerheid een gangbare route.

Doel en karakter: conditionele antimisbruikheffing

De bronbelasting is per 1 januari 2021 ingevoerd om Nederland minder aantrekkelijk te maken als schakel in structuren die renten en royalty's onbelast of nauwelijks belast naar laagbelastende jurisdicties laten stromen (art. 1.1 Wet BB 2021). De heffing grijpt alleen aan bij gelieerde verhoudingen, en dan uitsluitend bij betalingen naar laagbelastende jurisdicties of in misbruiksituaties, zoals kunstmatige structuren zonder geldige zakelijke redenen die de economische realiteit weerspiegelen. Zij staat los van de vraag of de betaling bij de Nederlandse betaler aftrekbaar is; dat wordt beoordeeld onder de renteaftrekbeperkingen.

Vijf triggervoorwaarden van art. 2.1

Naast de gelieerdheidseis moet het ontvangende lichaam aan minstens een van vijf, met "of" verbonden voorwaarden voldoen (art. 2.1 lid 1 Wet BB 2021): vestiging in een laagbelastende jurisdictie (a); toerekening van de voordelen aan een vaste inrichting in een laagbelastende jurisdictie (b); gerechtigdheid met als hoofddoel het ontgaan van belasting via een kunstmatige constructie zonder geldige zakelijke redenen (c); een kwalificatiemismatch waarbij de vestigingsstaat een ander lichaam als gerechtigde beschouwt (d); of een mismatch in de vestigingsplaats zelf (e). Voor a, d en e bestaat een eigen tegenbewijsregeling met eigen bewijslastverdeling (lid 2, 3 en 4/5); voor b ontbreekt een aparte tegenbewijsregeling.

Bronnen

Gerelateerde thema's

Verder zoeken in de kennisbank

Zoek op wetsartikel, uitspraak of onderwerp. AI-chat is een aparte betaalde functie en vereist een opgeslagen kaart.

Deze themapagina is algemene informatie, geen advies.