Btw

Btw-tarieven

Bijgewerkt op 12 september 2026

De kernregels, controlepunten en bronnen voor dit onderwerp.

De omzetbelasting kent een algemeen tarief van 21%, een verlaagd tarief van 9% voor de goederen en diensten in Tabel I en een nultarief voor onder meer intracommunautaire leveringen en uitvoer in Tabel II. De tariefindeling is geregeld in art. 9 Wet OB 1968 met de bijbehorende tabellen.

Kernregels

ElementWaardeGrondslag
Algemeen tarief21%art. 9 lid 1 Wet OB 1968
Verlaagd tarief (Tabel I)9%art. 9 lid 2 onderdeel a Wet OB 1968
Nultarief (Tabel II, mits AMvB-voorwaarden)0%art. 9 lid 2 onderdeel b Wet OB 1968
Tarief logiesverstrekking (post b.11 sinds 1 januari 2026 uit Tabel I geschrapt)21%art. 9 lid 1 Wet OB 1968

(wettekst geldend per 2026)

Controleer in je dossier

  • De bewijslast voor het verlaagde tarief of het nultarief rust op de ondernemer; de kwalificatietoets is strikt en feitelijk, niet functioneel of ruim.
  • Het nultarief kent, naast plaatsing op Tabel II, de aanvullende eis dat aan de bij AMvB gestelde voorwaarden is voldaan; die eis geldt niet voor het verlaagde tarief.
  • Het onderscheid tussen nultarief en vrijstelling is beslissend voor het recht op aftrek van voorbelasting en wordt in de praktijk regelmatig verward.
  • Bij vastgoedtransacties met een lange doorlooptijd is de aard van de overeenkomst (levering versus verkoopoptie) bepalend voor het overgangsrecht bij een tariefwijziging.
  • Voor grensgevallen bij Tabel I-posten (levensmiddelen, hulpmiddelen, sportfaciliteiten) zijn de contractvorm en het overheersende gebruiksdoel van het product relevant voor de kwalificatie.

Bronnen

Gerelateerde thema's

Verder zoeken in de kennisbank

Zoek op wetsartikel, uitspraak of onderwerp. AI-chat is een aparte betaalde functie en vereist een opgeslagen kaart.

Deze themapagina is algemene informatie, geen advies.