Inkomstenbelasting

Fiscaal partnerschap

Bijgewerkt op 12 september 2026

De kernregels, controlepunten en bronnen voor dit onderwerp.

Het basispartnerbegrip (echtgenoten en samenwonenden met notarieel samenlevingscontract) wordt voor de inkomstenbelasting uitgebreid met objectieve criteria zoals een gezamenlijk kind, gezamenlijke eigen woning of pensioenaanmelding. Partnerschap bepaalt onder meer de vrije toerekening van gemeenschappelijke inkomensbestanddelen en grondslag sparen en beleggen.

Kernregels

ElementWaardeGrondslag
Leeftijdsgrens bloed-/aanverwant eerste graad (uitsluiting vervalt als beiden dit bereikt hebben)27 jaarart. 1.2 lid 4 onderdeel a Wet IB 2001
Leeftijdsgrens pleegvergoeding-/kinderbijslag-uitzondering27 jaarart. 1.2 lid 4 onderdeel c Wet IB 2001

(wettekst geldend per 2026)

Controleer in je dossier

  • Bij ongehuwd samenwonenden zijn zowel het notarieel samenlevingscontract als de gelijktijdige inschrijving op hetzelfde woonadres vereist (art. 5a lid 1 onderdeel b AWR).
  • Bij een bestaand samenlevingscontract telt de inhoud, zoals een wederzijdse zorgverplichting, mee voor aanpalende regelingen waarvoor partnerschap een deelvoorwaarde is.
  • Bij inschrijving van een minderjarig kind van een huisgenoot geldt de tegenbewijsmogelijkheid alleen na een verzoek, onderbouwd met een schriftelijke huurovereenkomst.
  • Bij drie of meer meerderjarigen op één woonadres zonder samenlevingscontract of huwelijk kwalificeren maximaal twee van hen onderling als fiscale partners.
  • Bij een echtscheidingstraject moeten het moment van het verzoek en het moment van uitschrijving van hetzelfde adres gelijktijdig vervuld zijn voordat het partnerschap eindigt; anders herleeft het.
  • Bij een pensioenaanmelding is niet doorslaggevend of deze ook met NAW-gegevens bij de pensioenuitvoerder is verwerkt.

Uitzonderingen en tegenbewijs

Ondanks het voldoen aan een van deze gronden geldt geen partnerschap voor een bloed- of aanverwant in de eerste graad, tenzij beiden bij de aanvang van het kalenderjaar 27 jaar of ouder zijn (art. 1.2 lid 4 onderdeel a Wet IB 2001); voor een niet-inwoner die geen kwalificerende buitenlandse belastingplichtige als bedoeld in art. 7.8 Wet IB 2001 is (onderdeel b); en, mits de belastingplichtige en de betrokkene daartoe in enig jaar een gezamenlijk verzoek bij de inspecteur hebben ingediend, voor een persoon jonger dan 27 jaar voor wie pleegvergoeding of kinderbijslag is ontvangen (onderdeel c). Voor huisgenoten die uitsluitend via de inschrijving van een minderjarig kind partner zouden worden, bestaat een tegenbewijsmogelijkheid: met een schriftelijke overeenkomst waaruit blijkt dat een van beiden op zakelijke gronden een gedeelte van de woning huurt van de ander, of dat beiden op zakelijke gronden een eigen gedeelte huren van een derde, blijft partnerschap op deze grond alsnog uit (art. 1.2 lid 1 onderdeel e Wet IB 2001). Een aanverwant valt alleen onder de bloedverwant-uitsluiting na een gezamenlijk verzoek van beiden bij de inspecteur (art. 1.2 lid 8 Wet IB 2001); zonder dat verzoek werkt de uitsluiting niet automatisch door naar aanverwanten. Bij verblijf in een opvanginstelling in de zin van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 telt inschrijving van een minderjarig kind evenmin als partnerschapsgrond, mits een afschrift van de betreffende maatwerkvoorziening-beschikkingen wordt overgelegd (art. 1.2 lid 7 Wet IB 2001).

Bronnen

Gerelateerde thema's

Verder zoeken in de kennisbank

Zoek op wetsartikel, uitspraak of onderwerp. AI-chat is een aparte betaalde functie en vereist een opgeslagen kaart.

Deze themapagina is algemene informatie, geen advies.