Loonbelasting
Grensoverschrijdend werken en loonheffing
Bijgewerkt op 12 september 2026
De kernregels, controlepunten en bronnen voor dit onderwerp.
Bij werken over de grens verdelen belastingverdragen het heffingsrecht over arbeidsinkomen; kern is de 183-dagenregeling, waarbij naast het verblijf ook beslissend is wie het loon draagt en of een vaste inrichting is betrokken. Thuiswerkdagen, salary splits en bestuurdersbeloningen vergen een dagenbreuk per werkstaat en zorgvuldige loonadministratie.
Kernregels
| Element | Waarde | Grondslag |
|---|---|---|
| Vrijwilligersvrijstelling (drempel 2026) | € 220 per maand en € 2.200 per kalenderjaar | art. 2 lid 6 Wet LB 1964 |
| Indexering vrijwilligersbedragen | jaarlijks aangepast met de tabelcorrectiefactor | art. 2 lid 7 Wet LB 1964 jo. art. 10.2 Wet IB 2001 |
| Noordzee-drempel voor vaste inrichting/vertegenwoordiger | ten minste 30 aaneengesloten dagen | art. 6 lid 3 onderdeel b Wet LB 1964 |
(wettekst geldend per 2026)
Controleer in je dossier
- Bij salary splits telt de feitelijke werkverdeling per werkstaat, niet een contractuele knip (ECLI:NL:HR:2013:1261).
- Vertrek of immigratie in de loop van het jaar beëindigt of vestigt de Nederlandse belastingplicht niet met terugwerkende kracht (ECLI:NL:GHAMS:2021:108); heffingskortingen moeten dan tijdsevenredig en met een IB/premie-splitsing worden herrekend.
- De niet-cumulatieve structuur van art. 6 lid 2 Wet LB 1964 betekent dat een buitenlandse werkgever al inhoudingsplichtig kan zijn via uitsluitend een vaste vertegenwoordiger, ook zonder formele volmacht (ECLI:NL:HR:2017:676).
- Ontbreekt een grondslag voor inhoudingsplicht, dan biedt de concern-aanwijzingsprocedure van art. 6 lid 6 Wet LB 1964 een alternatief via een voor bezwaar vatbare beschikking van de inspecteur.
- Ontbreekt inhoudingsplicht bij de werkgever, dan blokkeert dat de extraterritoriale-kostenvrijstelling niet automatisch, mits eerst het civielrechtelijke werkgeverschap vaststaat; zie de kwalificatie van een arbeidsrelatie.
- Dubbele heffing door een uiteenlopende verdragsuitleg tussen Nederland en de andere staat wordt niet automatisch eenzijdig door Nederland opgelost (ECLI:NL:HR:2013:30).
Werknemer voor de loonbelasting: de trapsgewijze uitzondering van art. 2 Wet LB 1964
Woont de werknemer in Nederland, dan geldt de gewone dienstbetrekkingsdefinitie van art. 2 lid 1 Wet LB 1964 zonder meer. Voor wie niet in Nederland woont, bouwt de wet drie steeds strengere uitzonderingen in, oplopend naarmate de arbeid minder buiten Nederland wordt verricht. Bij een geheel buiten Nederland vervulde dienstbetrekking geldt lid 1 niet, tenzij het gaat om een bestuurder of commissaris van een in Nederland gevestigd lichaam, een dienstbetrekking bij een Nederlandse publiekrechtelijke rechtspersoon, of een verdragsuitzending (lid 3). Bij een nagenoeg geheel, maar niet volledig, buiten Nederland vervulde dienstbetrekking geldt de uitzondering alleen als cumulatief vaststaat dat het loon elders al aan een belasting naar het inkomen is onderworpen én dat het niet op grond van een verdrag of ander internationaal recht in feite slechts in Nederland is belast (lid 4). Bij een gedeeltelijke, maar niet nagenoeg gehele, buitenlandse vervulling geldt de uitzondering alleen voor het deel van het loon dat, met inachtneming van verdragen, feitelijk elders is belast (lid 5).
Een vrijwilliger die uitsluitend vergoedingen ontvangt voor een algemeen nut beogende instelling, een sportorganisatie of een niet-Vpb-plichtig lichaam, verliest de werknemersstatus als de vergoeding niet meer bedraagt dan de wettelijke drempel (lid 6); die bedragen worden jaarlijks bij ministeriële regeling geïndexeerd met de tabelcorrectiefactor van art. 10.2 Wet IB 2001 (lid 7). Valt iemand buiten de werknemersdefinitie van art. 2, dan is over die dienstbetrekking geen Nederlandse loonbelasting verschuldigd, maar dat sluit Nederlandse inkomstenbelasting niet automatisch uit: art. 7.2 lid 7 Wet IB 2001 kent voor buitenlandse belastingplichtigen een eigen, ruimere toerekeningsfictie.
Bronnen
- Art. 2 Wet LB 1964
- Art. 6 Wet LB 1964
- Art. 7.2 Wet IB 2001
- ECLI:NL:HR:2024:470: ECLI:NL:HR:2024:470, Hoge Raad, 22-03-2024, 23/04137
- ECLI:NL:HR:2013:30: ECLI:NL:HR:2013:30, Hoge Raad, 12-07-2013, 12/00517
- KG:041:2025:3: Artikel 6, zesde lid, Wet LB 1964; verleggingsregeling, maximumpremieloon en maximumbijdrageloon
- KG:041:2023:15: Artikel 32bb Wet LB 1964, excessieve vertrekvergoeding bij een in het buitenland wonende werknemer
Gerelateerde thema's
Verder zoeken in de kennisbank
Zoek op wetsartikel, uitspraak of onderwerp. AI-chat is een aparte betaalde functie en vereist een opgeslagen kaart.
Deze themapagina is algemene informatie, geen advies.