Loonbelasting
Pensioen in de loonheffing
Bijgewerkt op 12 september 2026
De kernregels, controlepunten en bronnen voor dit onderwerp.
Pensioenaanspraken die binnen de wettelijke begrenzingen blijven zijn vrijgesteld en de uitkeringen belast (omkeerregel); de Wet toekomst pensioenen begrenst de premie in een leeftijdsonafhankelijk maximumpercentage. Onzuivere regelingen of verboden handelingen leiden tot heffing over de waarde van de aanspraak en revisierente.
Kernregels
| Element | Waarde | Grondslag |
|---|---|---|
| Premie ouderdomspensioen + partnerpensioen op/na pensioendatum | ten hoogste 30% van de pensioengrondslag | art. 18a lid 1 Wet LB 1964 |
| Franchise (2026) | € 19.172 | art. 18a lid 3 Wet LB 1964 |
| Aftoppingsgrens pensioengevend loon (2026) | € 137.800, naar rato bij deeltijd | art. 18ga lid 1 Wet LB 1964 |
| Ingangsdatum ouderdomspensioen | niet eerder dan 10 jaar vóór, niet later dan 5 jaar na de AOW-leeftijd | art. 18a lid 4 Wet LB 1964 |
| Partnerpensioen bij overlijden vóór pensioendatum | ten hoogste 50% van het laatstgenoten pensioengevend loon, op risicobasis | art. 18b lid 1 en 2 Wet LB 1964 |
| Wezenpensioen | ten hoogste 20% (halve wees) / 40% (volle wees) van het laatstgenoten pensioengevend loon, op risicobasis | art. 18c lid 1 tot en met 3 Wet LB 1964 |
| Revisierente bij onzuiverheid | 20% van de waarde in het economische verkeer van de aanspraak | art. 30i lid 2 AWR |
(wettekst geldend per 2026)
Controleer in je dossier
- Het ontbreken van één van de drie elementen van art. 18 lid 1 (doel, onvervreemdbaarheid, kwalificerende verzekeraar) kan de regeling geheel of gedeeltelijk buiten de pensioenkwalificatie plaatsen, met de sanctie van art. 19b en 20% revisierente als gevolg.
- Bij een niet-Nederlandse verzekeraar is de voortzettingseis van art. 19a lid 1 onderdeel c scherp: het moet gaan om voortzetting van een pensioen dat al bij die verzekeraar liep in een periode dat de werknemer niet in Nederland woonde of werkte; ontbreekt een sluitende verzekeringsgeschiedenis, dan vervalt de kwalificatie in het geheel.
- Franchise en aftoppingsgrens worden jaarlijks bij ministeriële regeling herzien; een regeling die in enig jaar binnen de begrenzingen paste, kan in een later jaar tegen de aftoppingsgrens aanlopen of juist weer ruimte terugkrijgen.
- De verzoekprocedure van art. 18 lid 3 kent een fatale termijn: het verzoek aan de inspecteur moet uiterlijk op het eerste moment van overschrijding worden gedaan; wordt dat gemist, dan resteert het risico dat de gehele aanspraak onder art. 19b valt.
- Bij de dga speelt naast de kwalificatievraag ook de samenhang met het gebruikelijk loon; bij vervroegde uittreding voorafgaand aan de pensioendatum geldt het aparte toetsingskader van de RVU-regeling.
Bronnen
- Art. 18 Wet LB 1964
- Art. 19a Wet LB 1964
- ECLI:NL:GHAMS:2021:1144: ECLI:NL:GHAMS:2021:1144, Gerechtshof Amsterdam, 23-03-2021, 19/00663 en 19/00664
- ECLI:NL:GHAMS:2020:1923: ECLI:NL:GHAMS:2020:1923, Gerechtshof Amsterdam, 07-07-2020, 19/00060
- Besluit BWBR0037121: Loonheffingen, inkomstenbelasting, internationale aspecten van pensioenen en stamrechten
- Kamerstuk 26727 nr. 3: Wet inkomstenbelasting 2001; Memorie van toelichting
Gerelateerde thema's
Verder zoeken in de kennisbank
Zoek op wetsartikel, uitspraak of onderwerp. AI-chat is een aparte betaalde functie en vereist een opgeslagen kaart.
Deze themapagina is algemene informatie, geen advies.