Loonbelasting
RVU en pseudo-eindheffing
Bijgewerkt op 12 september 2026
De kernregels, controlepunten en bronnen voor dit onderwerp.
Regelingen voor vervroegde uittreding worden bij de werkgever getroffen met een pseudo-eindheffing (2026: 57,7%, in latere jaren oplopend); beoordeeld wordt of de regeling feitelijk een overbrugging tot pensioen beoogt. Voor uitkeringen in de laatste drie jaar vóór de AOW-leeftijd geldt een drempelvrijstelling.
Kernregels
| Element | Waarde | Grondslag |
|---|---|---|
| Pseudo-eindheffingstarief | 57,7% (2026) | art. 32ba lid 1 Wet LB 1964 |
| Maximale periode drempelvrijstelling | 36 maanden vóór de AOW-leeftijd | art. 32ba lid 7 Wet LB 1964 |
| Drempelbedrag per maand (basis, jaarlijks geïndexeerd) | € 2.657 (2026) | art. 32ba lid 7-9 Wet LB 1964 |
(wettekst geldend per 2026)
Controleer in je dossier
- Bij het vormgeven van sociale plannen en individuele regelingen voor oudere werknemers is de toetsing aan objectieve kenmerken en doelstelling leidend, niet de bedoeling van partijen of de latere feitelijke uitstroom.
- De drempelvrijstelling van lid 7 vergt samentelling van alle RVU-regelingen bij dezelfde werkgever; overschrijding van het geïndexeerde maandbedrag leidt tot heffing over het meerdere, niet over het geheel.
- Bij het drukken-vereiste van lid 3 telt met name de verplichte werknemersbijdrage aan een cao-RVU-regeling, die ten laste van het brutoloon komt en loonheffingsrechtelijk negatief loon vormt.
- Bij belangen rond de grens van de drempelvrijstelling, of bij twijfel over de kwalificatie van een nieuwe of gewijzigde regeling, ligt de vooraf-beschikking van lid 10 voor de hand; dat verzoek moet vóór invoering of wijziging van de regeling zijn gedaan.
- Fondsen en verzekeraars die een RVU-regeling uitvoeren, moeten voor de vrijstelling van art. 5 lid 1 onderdeel b Wet Vpb 1969 het winstbestemmingsvereiste volledig naleven.
Bronnen
- Art. 32ba Wet LB 1964
- ECLI:NL:HR:2016:827: ECLI:NL:HR:2016:827, Hoge Raad, 13-05-2016, 15/01185
- ECLI:NL:HR:2018:958: ECLI:NL:HR:2018:958, Hoge Raad, 22-06-2018, 16/06236
- Kamerstuk 36812 nr. 3: Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2026); Memorie van toelichting; Memorie van toelichting
- KG:211:2024:8: Regeling voor Vervroegde Uittreding (RVU) valt onder vrijstelling van artikel 5, eerste lid, onderdeel b, Wet Vpb 1969
Gerelateerde thema's
Verder zoeken in de kennisbank
Zoek op wetsartikel, uitspraak of onderwerp. AI-chat is een aparte betaalde functie en vereist een opgeslagen kaart.
Deze themapagina is algemene informatie, geen advies.