Overdrachtsbelasting
Reorganisatie- en fusievrijstellingen overdrachtsbelasting
Bijgewerkt op 12 september 2026
De kernregels, controlepunten en bronnen voor dit onderwerp.
Verkrijgingen in het kader van een interne reorganisatie binnen concern, een bedrijfsfusie, juridische fusie of splitsing zijn onder voorwaarden vrijgesteld van overdrachtsbelasting. De vrijstellingen kennen aanhoudings- en voortzettingseisen; bij schending wordt de belasting alsnog verschuldigd.
Kernregels
| Element | Waarde | Grondslag |
|---|---|---|
| Bijschrijving kapitaalrekening bij inbreng in vennootschap zonder aandelenkapitaal | ten minste 90% van de waarde van het ingebrachte vermogen | art. 15, lid 1, onderdeel e, onder 1°, WBR |
| Aanhoudings- en voortzettingstermijn (AMvB-sporen, bv. splitsing) | drie jaar na de verkrijging | art. 5c, leden 3-4, UB BRV |
| Fictieve onroerende zaak: aandeel Nederlandse onroerende zaken | ten minste 30% van de bezittingen | art. 4, lid 1, onderdeel a, WBR |
| Belangeis bij verkrijging aandelen OZR (rechtspersoon) | ten minste 1/3 belang | art. 4, lid 3, onderdeel b, WBR |
| Belangeis bij verkrijging aandelen OZR (natuurlijk persoon) | ten minste 1/3 belang, en meer dan 7% samen met echtgenoot | art. 4, lid 3, onderdeel a, WBR |
| Samentelling van verkrijgingen als één verkrijging | binnen twee jaar | art. 4, lid 5, onderdeel b, WBR |
(wettekst geldend per 2026)
Controleer in je dossier
- Het algemene fusie-/interne-reorganisatie-/splitsingsspoor van onderdeel h (art. 5bis, 5b, 5c UB BRV) en het engere verenigingen/ANBI-spoor (art. 5d UB BRV) steunen op dezelfde wettekst, maar kennen een wezenlijk verschillende toets: zakelijke overwegingen tegenover afwezigheid van commerciële factoren.
- Bij overdracht van aandelen in een onroerendezaakrechtspersoon binnen een reorganisatie moet het belang van artikel 4 WBR apart worden getoetst, ook als de reorganisatievrijstelling zelf van toepassing is; een verkrijging van uitsluitend de juridische eigendom kan dat belang al opleveren.
- Omdat de splitsingsvoorwaarden moeten worden uitgelegd in het licht van artikel 14a Wet Vpb 1969 en de Fusierichtlijn, is afstemming met de vennootschapsbelastingkwalificatie van dezelfde splitsing of fusie nodig; een gunstige Vpb-kwalificatie is geen automatische garantie voor de WBR-vrijstelling.
- Bij bedrijfsoverdracht in de familiesfeer telt alleen de wettelijk omschreven kring; verloopt de overdracht via tussengeschoven BV's, dan is bij de Hoge Raad in geschil of door de rechtspersonen heen naar de achterliggende familierelatie mag worden gekeken.
- Tussentijdse inbreng van een met de familiesfeervrijstelling verkregen onderneming(sdeel) in een BV, vóór voltooiing van de bedrijfsoverdracht, leidt volgens de kennisgroep tot terugname van de vrijstelling voor dat deel.
- Wordt een vrijgestelde structuur binnen de aanhoudingstermijn gevolgd door een nieuwe, eveneens vrijgestelde reorganisatiestap, dan telt dat in de regel niet als schending: de opvolgende verkrijger treedt voor de resterende termijn in de plaats van de oorspronkelijke verkrijger.
Bronnen
- Art. 15 WBR
- Art. 4 WBR
- ECLI:NL:GHARL:2025:2132: ECLI:NL:GHARL:2025:2132, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 08-04-2025, 23/619
- ECLI:NL:GHARL:2026:1521: ECLI:NL:GHARL:2026:1521, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 10-03-2026, 24/2024 en 24/2025
- KG:052:2026:1: Terugname van vrijstelling overdrachtsbelasting bij bedrijfsoverdracht bij tussentijds, vóór voltooiing van de bedrijfsoverdracht, inbrenging in de BV van een eerder fase verkregen deel van de onderneming
- KG:052:2024:7: Doeleis bij rechtspersoon die als enige bezit een belang kleiner dan 1/3 in een OZR heeft
Gerelateerde thema's
Verder zoeken in de kennisbank
Zoek op wetsartikel, uitspraak of onderwerp. AI-chat is een aparte betaalde functie en vereist een opgeslagen kaart.
Deze themapagina is algemene informatie, geen advies.