Vennootschapsbelasting
Fiscale beleggingsinstelling (fbi)
Bijgewerkt op 12 september 2026
De kernregels, controlepunten en bronnen voor dit onderwerp.
Beleggingsinstellingen die aan de statutaire, aandeelhouders- en uitdelingseisen voldoen worden als fiscale beleggingsinstelling belast naar een tarief van nul procent, waarbij de winst binnen acht maanden moet worden dooruitgedeeld. Het regime kent onder meer financieringslimieten en is voor direct vastgoed beperkt.
Kernregels
| Element | Waarde | Grondslag |
|---|---|---|
| Vpb-tarief kwalificerende fbi | 0% | art. 9 Besluit beleggingsinstellingen |
| Uitdelingstermijn | uiterlijk de achtste maand na afloop van het jaar | art. 28 lid 2 onderdeel c Wet Vpb 1969 |
| Financieringslimiet vastgoedgerelateerde schulden | ten hoogste 60% van de boekwaarde | art. 28 lid 2 onderdeel b Wet Vpb 1969 |
| Financieringslimiet overige schulden | ten hoogste 20% van de boekwaarde | art. 28 lid 2 onderdeel b Wet Vpb 1969 |
| Aandeelhouderseis niet-beursgenoteerde/vergunninghoudende fbi | 75% of meer bij natuurlijke personen, niet-onderworpen lichamen of kwalificerende beleggingsinstellingen | art. 28 lid 2 onderdeel e Wet Vpb 1969 |
| Afrondingsreserve (maximum) | 1% van het gestorte kapitaal | art. 5 Besluit beleggingsinstellingen |
(wettekst geldend per 2026)
Controleer in je dossier
- De aandeelhouderseisen van onderdeel d en e vergen doorlopende aandacht: een overdracht van een substantieel belang aan een natuurlijk persoon of een niet-onderworpen lichaam kan de fbi-status raken zonder dat het lichaam zelf iets doet.
- Bij een teruggaafverzoek van een niet-ingezeten fonds moeten zowel de vervangende betaling als de vergelijkbaarheidstoets worden vervuld; het ontbreken van één van beide is al voldoende om de teruggaaf te weigeren.
- De financieringslimieten van onderdeel b vragen een separate toets per beleggingscategorie; een aandeelhouderslening die niet zakelijk is geprijsd, kan tot een correctie leiden die doorwerkt op zowel de fbi-toets als de omvang van de verplichte uitdeling.
- De uitdelingsverplichting kent twee lagen: de omvang (voor uitdeling beschikbare winst minus verrekenbare uitdelingstekorten) en het moment (uiterlijk de achtste maand na afloop van het jaar, gelijkelijk over alle aandelen).
- Nevenactiviteiten die verder gaan dan beleggen van vermogen zijn een terugkerend risico dat per boekjaar tegen de percentages van lid 3 moet worden afgezet, ook als de activiteit ondergeschikt lijkt.
- Een overstap naar de vrijgestelde beleggingsinstelling vergt een aparte toets of de voorwaarden voor die status zijn vervuld, en brengt dezelfde balanswaardering tegen marktwaarde met zich mee als regulier statusverlies.
Kwalificatie: rechtsvorm en de zeven cumulatieve voorwaarden
Als fbi kunnen kwalificeren NV's, BV's en fondsen voor gemene rekening, alsmede vergelijkbare rechtsvormen naar het recht van de BES-eilanden, Aruba, Curaçao, Sint Maarten, een EU-lidstaat of een verdragsstaat met een non-discriminatiebepaling voor lichamen (art. 28 lid 2 Wet Vpb 1969). Naast deze rechtsvormeis gelden zeven cumulatieve voorwaarden, onderdeel a tot en met g. Onderdeel a sluit belegging in Nederlands vastgoed uit, en ook schuldvorderingen op een vastgoedlichaam voor zover de vergoeding daarop doorgaans hoofdzakelijk met die vastgoedinkomsten samenhangt. Onderdeel b begrenst vreemd vermogen tot ten hoogste 60% van de boekwaarde bij vastgoedgerelateerde schulden en ten hoogste 20% bij overige schulden, waarbij een belang in een verbonden, nagenoeg zuiver vastgoedhoudend lichaam voor deze toets als onroerende zaak meetelt. Onderdeel c verplicht tot uitdeling van het bij AMvB bepaalde deel van de winst, uiterlijk in de achtste maand na afloop van het jaar, gelijkelijk over alle aandelen en bewijzen van deelgerechtigdheid. Onderdelen d en e stellen aandeelhouderseisen: voor een beursgenoteerd of vergunninghoudend lichaam mag niet 25% of meer bij één natuurlijk persoon berusten, en niet 45% of meer bij één belast lichaam (onderdeel d); voor overige lichamen mogen geen aanmerkelijkbelanghouders voorkomen en moet 75% of meer van de aandelen berusten bij natuurlijke personen, niet-onderworpen lichamen of kwalificerende beleggingsinstellingen (onderdeel e). Onderdeel f is een doorkijkbepaling die tussenschakeling van niet-Nederlandse fondsen of vennootschappen met een belang van 25% of meer bij in Nederland gevestigde lichamen uitsluit. Onderdeel g eist, uitsluitend in de onder d bedoelde situatie van een beursgenoteerd of vergunninghoudend lichaam, onafhankelijkheid van bestuurders en van de meerderheid van de commissarissen ten opzichte van een aandeelhouder met een belang van 25% of meer.
Bronnen
- Art. 28 Wet VPB 1969
- ECLI:NL:HR:2017:342: ECLI:NL:HR:2017:342, Hoge Raad, 03-03-2017, 16/03954
- ECLI:NL:HR:2020:1674: ECLI:NL:HR:2020:1674, Hoge Raad, 23-10-2020, 16/03954, 17/02428, 19/01141
- KG:011:2025:7: Fbi-regime bij participatie als commanditaire vennoot in cv
- [KG:011:2024:2: [INGETROKKEN] Gevolgen van goedkeuring voor de aandeelhoudersvereisten bij geen economisch belang voor de bestuurdersvereisten (fbi-regime)](https://kennisgroepen.belastingdienst.nl/publicaties/kg01120242-gevolgen-van-goedkeuring-voor-de-aandeelhoudersvereisten-bij-geen-economisch-belang-voor-de-bestuurdersvereisten-fbi-regime/)
Gerelateerde thema's
Verder zoeken in de kennisbank
Zoek op wetsartikel, uitspraak of onderwerp. AI-chat is een aparte betaalde functie en vereist een opgeslagen kaart.
Deze themapagina is algemene informatie, geen advies.