Vennootschapsbelasting

Vrijgestelde beleggingsinstelling (vbi)

Bijgewerkt op 12 september 2026

De kernregels, controlepunten en bronnen voor dit onderwerp.

De vrijgestelde beleggingsinstelling is subjectief vrijgesteld van vennootschapsbelasting en kent geen uitdelingsverplichting, maar staat alleen open voor beleggingen in financiële instrumenten en vereist collectiviteit. Tegenover de vrijstelling staat onder meer een forfaitair rendement bij de aanmerkelijkbelanghouder.

Kernregels

ElementWaardeGrondslag
Forfaitair regulier voordeel aanmerkelijkbelanghouder6% per jaar over de waarde in het economische verkeer bij begin kalenderjaarart. 4.13 lid 1 onderdeel a jo. art. 4.14 lid 1 Wet IB 2001
Vrijstelling vennootschapsbelasting op vehikelniveauvolledige subjectieve vrijstellingart. 6a lid 1 Wet Vpb 1969
Ingangsmoment vbi-statusuitsluitend met ingang van een kalenderjaarart. 6a lid 4 Wet Vpb 1969
Termijn verzoek toetredinguiterlijk in het jaar zelf waarin de status moet ingaanart. 6a lid 5 Wet Vpb 1969
Termijn verzoek vrijwillige beëindigingvóór het jaar van beëindigingart. 6a lid 7 Wet Vpb 1969

(wettekst geldend per 2026)

Controleer in je dossier

  • De cumulatieve voorwaarden van lid 1 moeten doorlopend worden gemonitord: het wegvallen van één voorwaarde binnen het jaar leidt tot verval van de status met ingang van dát jaar, niet pas het jaar erna.
  • Bij een meerhoofdige aandeelhoudersstructuur met een sterk overheersende aandeelhouder speelt de vraag of de overige deelnemers een reëel aandeel hebben in de collectieve belegging; bij verhoudingen in de orde van 99%/1% ligt die vraag nadrukkelijk op tafel.
  • Een lening van de beleggingsinstelling aan de aandeelhouder of aan een gelieerde vennootschap met niet-beleggingsactiviteiten, en het stellen van zekerheid voor schulden van zo'n vennootschap, verdragen zich niet met de beleggingseisen, ongeacht de omvang van het bedrag.
  • De rechtsvormeis van lid 2 sluit de bv uit; bij buitenlandse vehikels moet zowel de rechtsvorm-vergelijkbaarheid als de aanwezigheid van een relevante non-discriminatiebepaling in het toepasselijke verdrag worden getoetst.
  • Winstreserves die zijn opgebouwd vóór de vbi-status kunnen bij uitkering aanleiding geven tot een inhoudingsplicht dividendbelasting; dit vraagt aandacht bij de overgang van een gewoon belast lichaam naar de vbi-status.
  • Voor de aanmerkelijkbelanghouder van een vbi vervangt het forfaitaire rendement van 6% de reguliere aanmerkelijkbelangheffing over het werkelijke resultaat; dit forfait loopt door ongeacht of het vehikel in het betreffende jaar daadwerkelijk rendement heeft behaald.

Cumulatieve voorwaarden

Een lichaam komt voor de vbi-status in aanmerking als het cumulatief voldoet aan vijf voorwaarden; het ontbreken van één ervan sluit de status al uit. Ten eerste moet het kwalificeren als beleggingsinstelling of icbe in de zin van art. 1:1 Wft, met een doel en feitelijke werkzaamheid die uitsluitend bestaat uit het beleggen van gelden of andere goederen (art. 6a lid 1 Wet Vpb 1969); dit vereiste geldt sinds 1 januari 2025. Ten tweede moet het lichaam uitsluitend beleggen in financiële instrumenten in de zin van art. 1:1 Wft, met uitzondering van bepaalde zaken en rechten van art. 17a onderdelen a en b, plus banktegoeden, met toepassing van het beginsel van risicospreiding (lid 1 en lid 3). Ten derde geldt een open-end karakter: de rechten van deelneming worden op verzoek van de deelnemers ten laste van de activa van de instelling direct of indirect ingekocht of terugbetaald (lid 1). Ten vierde is materiële collectiviteit vereist: het vermogen is ter collectieve belegging verkregen en de instelling is bedoeld voor een breed publiek of voor institutionele beleggers, niet voor individueel vermogensbeheer. Ten vijfde geldt een rechtsvormeis (lid 2): een naamloze vennootschap of een fonds voor gemene rekening, of een vergelijkbare rechtsvorm opgericht naar het recht van de BES-eilanden, Aruba, Curaçao, Sint Maarten, een EU-lidstaat, of een verdragsstaat met een bepaling die discriminatie naar nationaliteit verbiedt voor lichamen in een vergelijkbare situatie; een bv voldoet niet aan deze rechtsvormeis, omdat het regime is gekoppeld aan rechtsvormen die zich naar hun aard richten op extern kapitaal.

Het materiële collectiviteitsvereiste is geen automatisme bij een meerhoofdige aandeelhoudersstructuur. Volgens de parlementaire toelichting op art. 6a is een verhouding van 99%/1% een bijzondere situatie: niet het percentage zelf is doorslaggevend, maar of de kleine deelnemer kennelijk alleen is bijgezocht om formeel aan de collectiviteitseis te voldoen. Is dat zo, dan ontbreekt voor de overheersende aandeelhouder het materiële oogmerk van collectieve belegging.

Procedure

De status wordt op verzoek verleend en werkt uitsluitend met ingang van een kalenderjaar (art. 6a lid 4 Wet Vpb 1969); tussentijdse toetreding binnen een lopend jaar is niet mogelijk. Het verzoek moet uiterlijk zijn ingediend in het jaar met ingang waarvan de status moet gelden (lid 5); de inspecteur beslist bij voor bezwaar vatbare beschikking. Vrijwillige beëindiging op verzoek van de vbi zelf moet vóór het jaar van beëindiging zijn ingediend (lid 7); gedwongen beëindiging omdat niet meer aan de voorwaarden wordt voldaan, werkt terug tot het begin van het jaar waarin de voorwaarden wegvielen (lid 6). Verzoeken worden centraal afgehandeld: door de Belastingdienst Grote Ondernemingen Noordwest, kantoor Amsterdam, Unit Financiële Instellingen, als de aanvrager over een Wft-vergunning beschikt, en anders door de Belastingdienst Grote Ondernemingen Noordoost, kantoor Groningen.

Bronnen

Gerelateerde thema's

Verder zoeken in de kennisbank

Zoek op wetsartikel, uitspraak of onderwerp. AI-chat is een aparte betaalde functie en vereist een opgeslagen kaart.

Deze themapagina is algemene informatie, geen advies.