Vennootschapsbelasting
Vaste inrichting en objectvrijstelling
Bijgewerkt op 12 september 2026
De kernregels, controlepunten en bronnen voor dit onderwerp.
Winst van een buitenlandse onderneming (vaste inrichting) van een binnenlands belastingplichtige blijft via de objectvrijstelling buiten de Nederlandse grondslag: zowel positieve als negatieve resultaten worden uit de winst geëlimineerd. Voor definitieve stakingsverliezen bestaat een uitzondering; laagbelaste buitenlandse beleggingsondernemingen vallen onder een verrekeningsregime.
Kernregels
| Element | Waarde | Grondslag |
|---|---|---|
| Minimumduur offshore-werkzaamheden voor kwalificatie als buitenlandse onderneming (zonder verdrag) | 30 aaneengesloten dagen | art. 15e lid 3 Wet Vpb 1969 |
| Belang-drempel voor "laagbelaste buitenlandse beleggingsonderneming" | 5% of meer, middellijk of onmiddellijk | art. 15g lid 1 onderdeel a Wet Vpb 1969 |
| Inhaalregeling bij negatief resultaat laagbelaste buitenlandse beleggingsonderneming | 5/H deel van het negatieve bedrag (H = hoogste Vpb-tarief, 25,8%) | art. 15h lid 2 Wet Vpb 1969 jo. art. 22 Wet Vpb 1969 |
| Maximum stakingsverlies vaste inrichting buiten EU/EER (tenzij belegd onroerend goed) | € 5.000.000 | art. 15i lid 4 Wet Vpb 1969 |
| Termijn om stakingsverlies te effectueren | uiterlijk het derde kalenderjaar na (nagenoeg) volledige staking | art. 15i lid 5 onderdeel b Wet Vpb 1969 |
| Terugname stakingsverlies bij herleven van buitenlandse winst | binnen 3 jaar na de aftrek | art. 15i lid 6 Wet Vpb 1969 |
| Herzieningstermijn saldobeschikking | 5 jaar na vaststelling | art. 15i lid 8 en art. 15j lid 3 Wet Vpb 1969 |
(wettekst geldend per 2026)
Controleer in je dossier
- Bij de 5%-belangdrempel van art. 15g Wet Vpb 1969 telt ook een middellijk gehouden belang mee; kwalificeert de buitenlandse onderneming als laagbelaste beleggingsonderneming, dan geldt bij een negatief resultaat de 5/H-inhaalregeling van art. 15h.
- Bij definitieve beëindiging bepaalt het onderscheid tussen art. 15i (stakingsverlies) en art. 15j (doorschuiving) waar het verlies neerslaat; een voortzetting die binnen drie jaar alsnog wordt gestaakt telt als voortzetting in het zicht van staking.
- Fouten in de toerekening van vaste-inrichtingswinst over meerdere jaren kunnen via de foutenleer worden hersteld in het oudste nog openstaande jaar wanneer navordering niet meer volledig mogelijk is (ECLI:NL:HR:2025:850).
- Bij verkrijging van een buitenlandse onderneming via een grensoverschrijdende fusie blijft de fusiegoodwill buiten de Nederlandse hoofdhuisbalans (ECLI:NL:GHAMS:2023:1399).
- Bij hybride kwalificatieverschillen speelt lid 9 (art. 12ac Wet Vpb 1969); kennisgroepstandpunt KG:040:2024:4 zet die uitsluiting voor het Verdrag Nederland-Mexico 1993 opzij, maar uitdrukkelijk alleen voor de periode vóór 1 januari 2024.
- Structuren waarin een buitenlandse onderneming via een fiscale beleggingsinstelling wordt gehouden, vallen volledig buiten de objectvrijstelling (lid 8).
Bronnen
- Art. 15e Wet VPB 1969
- ECLI:NL:HR:2025:850: ECLI:NL:HR:2025:850, Hoge Raad, 06-06-2025, 22/00900
- ECLI:NL:HR:2014:1183: ECLI:NL:HR:2014:1183, Hoge Raad, 23-05-2014, 13/01702
- KG:040:2024:4: Toepassing Verdrag Nederland-Mexico op een buiten beschouwing blijvende vaste inrichting
- Kamerstuk 35030 nr. 3: Wijziging van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 en de Invorderingswet 1990 in verband met de implementatie van Richtlijn (EU) 2016/1164 van de Raad van 12 juli 2016 tot vaststelling van regels ter bestrijding van belastingontwijkingspraktijken welke rechtstreeks van invloed zijn op de werking van de interne markt (PbEU 2016, L 234/26) (Wet implementatie eerste EU-richtlijn antibelastingontwijking); Memorie van toelichting; Memorie van toelichting
Gerelateerde thema's
Verder zoeken in de kennisbank
Zoek op wetsartikel, uitspraak of onderwerp. AI-chat is een aparte betaalde functie en vereist een opgeslagen kaart.
Deze themapagina is algemene informatie, geen advies.