Vennootschapsbelasting

CFC-regeling (aanvullende maatregel)

Bijgewerkt op 12 september 2026

De kernregels, controlepunten en bronnen voor dit onderwerp.

Aanvullende CFC-maatregel conform ATAD1: besmette voordelen (zoals rente, royalty's en dividenden) van een gecontroleerd lichaam in een laagbelastende of niet-coöperatieve jurisdictie worden onder voorwaarden in de Nederlandse grondslag betrokken. De regeling geldt niet bij een wezenlijke economische activiteit van het gecontroleerde lichaam.

Kernregels

ElementWaardeGrondslag
Controlebelang (kapitaal, stemrecht of winstrecht)meer dan 50%art. 13ab lid 3 Wet Vpb 1969
Gelieerdheidsdrempel voor de belangberekeningten minste 25%art. 13ab lid 10 Wet Vpb 1969
Lagebelastingdrempel vestigingstoetswinstbelastingtarief onder 9% (sinds 2019 ongewijzigd)art. 13ab lid 3 onderdeel d Wet Vpb 1969
Peildatum lagebelastingdrempel1 oktober van het voorafgaande kalenderjaarart. 13ab lid 3 onderdeel d Wet Vpb 1969
Voortwenteling negatief saldo besmette voordelenmaximaal 6 volgende jaren, tot ten hoogste nihilart. 13ab lid 7 Wet Vpb 1969

(wettekst geldend per 2026)

Controleer in je dossier

  • Het vestigingscriterium is dynamisch: de aanwijzing van laagbelastende staten en het EU-lijstlidmaatschap worden jaarlijks beoordeeld naar de peildata van lid 3 onderdeel d en e, zodat de kwalificatie van een structuur van jaar tot jaar kan wijzigen zonder dat er in de structuur zelf iets verandert.
  • Bij een beroep op het bewijsvermoeden van lid 11 ligt het initiatief om het tegendeel aannemelijk te maken bij de inspecteur; zodra niet aan de ministeriële voorwaarden is voldaan, verschuift de bewijslast naar de belastingplichtige.
  • De twee, niet-cumulatieve uitsluitingsgronden van lid 4 (overwegend niet-besmette voordelen; financiële onderneming met overwegend voordelen van derden) staan los van de afzonderlijke activiteitentoets van lid 5: een lichaam kan buiten lid 4 vallen en toch aan de wezenlijke-economische-activiteitstoets voldoen, of omgekeerd.
  • Interim-dividend raakt zowel de uitkeringstoets van lid 2 als het kennisgroepstandpunt over toerekening; de bewijslast dat een uitkering uit niet-besmette of niet-lopende-jaar-voordelen afkomstig is, ligt bij de belastingplichtige.
  • Voor structuren met een bronbelastingplichtig rente- of royaltybetalingstraject naar dezelfde of een vergelijkbare laagbelastende jurisdictie speelt naast de CFC-toerekening ook de conditionele bronbelasting; beide regelingen gebruiken een vergelijkbaar jurisdictiebegrip maar zijn zelfstandige toetsen.
  • CFC-heffing die bij de belastingplichtige zelf wordt geheven, telt niet mee bij de beoordeling of sprake is van laagbelaste vrije beleggingen (KG:023:2026:4).

Uitzondering: wezenlijke economische activiteit

De toerekening van lid 1 blijft achterwege wanneer het gecontroleerde lichaam een wezenlijke economische activiteit uitoefent (art. 13ab lid 5 Wet Vpb 1969). De regeling is geen keuzeregeling waarvoor de belastingplichtige zich moet aanmelden: zij werkt van rechtswege zodra aan de voorwaarden is voldaan en wordt verwerkt in de aangifte vennootschapsbelasting. Voldoet het gecontroleerde lichaam aan bij ministeriële regeling gestelde voorwaarden, dan wordt die wezenlijke economische activiteit verondersteld aanwezig te zijn, tenzij de inspecteur aannemelijk maakt dat aan die voorwaarden alleen is voldaan om voor de uitzondering in aanmerking te komen; is niet aan de ministeriële voorwaarden voldaan, dan moet de belastingplichtige zelf aannemelijk maken dat sprake is van een wezenlijke economische activiteit (lid 11). Documentatie van de feitelijke activiteiten van het gecontroleerde lichaam is daarom relevant, ongeacht welke kant van deze bewijslastverdeling van toepassing is.

Bronnen

Gerelateerde thema's

Verder zoeken in de kennisbank

Zoek op wetsartikel, uitspraak of onderwerp. AI-chat is een aparte betaalde functie en vereist een opgeslagen kaart.

Deze themapagina is algemene informatie, geen advies.