Vennootschapsbelasting
Buitenlandse belastingplicht en technisch aanmerkelijk belang
Bijgewerkt op 12 september 2026
De kernregels, controlepunten en bronnen voor dit onderwerp.
Buitenlandse lichamen zijn belastingplichtig voor Nederlands inkomen, waaronder winst uit een Nederlandse onderneming en - bij een technisch aanmerkelijk belang - voordelen uit een belang in een Nederlandse vennootschap dat wordt gehouden met als (een van de) hoofddoel(en) het ontgaan van heffing bij een ander, in kunstmatige constructies. De antimisbruiktoets volgt de Europese misbruikrechtspraak.
Kernregels
| Element | Waarde | Grondslag |
|---|---|---|
| Vpb-tarief, eerste schijf (t/m € 200.000) | 19% (2026) | art. 22 Wet Vpb 1969 |
| Vpb-tarief, tweede schijf (boven € 200.000) | € 38.000 + 25,8% over het meerdere (2026) | art. 22 Wet Vpb 1969 |
| Aanmerkelijkbelangdrempel voor het technisch aanmerkelijk belang | ten minste 5% van het kapitaal, de stemrechten of de winstbewijzen | art. 4.6 Wet IB 2001 jo. art. 17 lid 3 onderdeel b Wet Vpb 1969 |
| Minimale duur Noordzee-werkzaamheden (met doortelregel) | 30 aaneengesloten dagen, of 30 dagen binnen 12 maanden bij doortelling | art. 17a onderdeel e en f Wet Vpb 1969 |
(wettekst geldend per 2026)
Controleer in je dossier
- Bij winsttoerekening aan de vaste inrichting is de aard van de kosten bepalend: orgaankosten en instrumenten die als eigen vermogen gelden, worden niet zonder meer toegerekend, ook niet bij feitelijke inzet van het aangetrokken kapitaal.
- Bij de technisch-aanmerkelijkbelangtoets is de cumulatie van ontgaansmotief en kunstmatigheid een aandachtspunt: ontbreekt één van beide, dan is onderdeel b niet van toepassing.
- De VBI-uitzondering van onderdeel b wordt soms over het hoofd gezien bij belangen die via een beleggingsvehikel worden gehouden.
- De tegenbewijsregeling van lid 5 kent twee alternatieve gronden, geen cumulatieve bewijslast.
- Zekerheid vooraf wordt vaak gecombineerd gevraagd met de inhoudingsvrijstelling dividendbelasting.
Technisch aanmerkelijk belang: cumulatieve voorwaarden
De tweede pijler, art. 17 lid 3 onderdeel b Wet Vpb 1969, is een antimisbruikbepaling met een eigen, cumulatieve toets. Er moet sprake zijn van een aanmerkelijk belang in de zin van hoofdstuk 4 Wet IB 2001 in een in Nederland gevestigde vennootschap, niet zijnde een vrijgestelde beleggingsinstelling: een technisch aanmerkelijk belang in een VBI valt buiten onderdeel b. Van een aanmerkelijk belang is onder meer sprake bij een belang van ten minste 5% van het geplaatste kapitaal, van winstbewijzen voor ten minste 5% van de jaarwinst of het liquidatiesaldo, of van ten minste 5% van de stemrechten (art. 4.6 Wet IB 2001). Daarnaast moet de belastingplichtige het belang houden met als hoofddoel, of een van de hoofddoelen, om de heffing van inkomstenbelasting bij een ander te ontgaan, én moet sprake zijn van een kunstmatige constructie, transactie of samenstel daarvan: kunstmatig is een constructie voor zover zij niet is opgezet op grond van geldige zakelijke redenen die de economische realiteit weerspiegelen. Ontgaansmotief en kunstmatigheid zijn cumulatief: ontbreekt een van beide, dan is onderdeel b niet van toepassing, ook als aan de andere voorwaarde wel is voldaan.
Is aan alle voorwaarden voldaan, dan wordt het belastbare inkomen uit dat aanmerkelijk belang bepaald met overeenkomstige toepassing van afdeling 4.2 Wet IB 2001 en meegenomen in het Nederlandse inkomen van art. 17 lid 3, belast tegen het Vpb-tarief van art. 22 Wet Vpb 1969.
Bewijslast en tegenbewijs
Art. 17 lid 5 Wet Vpb 1969 kent een tegenbewijsregeling: voldoet de belastingplichtige aan bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden, dan wordt hij, tenzij de inspecteur het tegendeel aannemelijk maakt, geacht het belang zonder ontgaanshoofddoel te houden én geacht sprake te zijn van geldige zakelijke redenen. Wordt niet aan die voorwaarden voldaan, dan moet de belastingplichtige zelf aannemelijk maken dat geen ontgaanshoofddoel bestaat, óf dat sprake is van geldige zakelijke redenen: een alternatieve, geen cumulatieve bewijslast.
Bronnen
- Art. 17a Wet VPB 1969
- Art. 17 Wet VPB 1969
- ECLI:NL:HR:2024:706: ECLI:NL:HR:2024:706, Hoge Raad, 17-05-2024, 21/00415
- ECLI:NL:GHAMS:2020:3634: ECLI:NL:GHAMS:2020:3634, Gerechtshof Amsterdam, 22-12-2020, 18/00688, 18/00689
- ATR 20260721-000003: Advance tax ruling 20260721 ATR 000003
- ATR 20230613-000008: Advance tax ruling 20230613 ATR 000008
Gerelateerde thema's
Verder zoeken in de kennisbank
Zoek op wetsartikel, uitspraak of onderwerp. AI-chat is een aparte betaalde functie en vereist een opgeslagen kaart.
Deze themapagina is algemene informatie, geen advies.